The Art of Life is dying young...as late as possible!

Welkom op mijn homepage!

Deze website gaat vooral over mijn alledaagse zelf, de Flesh-and-Blood Person, "Familienvater" en Levensgenieter IRLKA George Overmeire - "The Bright Side of Life".
Tevens is deze website het Centraal Station van "Mijn Web": de mij toegewezen uithoek van het WorldWideWeb, waaraan ik - "Reaching toward Infinity" - sinds 1999 weef.
Zo is deze homepage ten eerste de verbinding naar de website van mijn alter ego Kuehleborn - "The Geek Side of Life"; een weblog over het vinden, filteren, organiseren, transformeren en uitwisselen van kennis ("Shih: The aesthetics and beauty of knowledge"), over sciencefiction, Computer Music en uiteraard over Kuehleborn's natuurlijke habitat, het Web.


Maar ook kun je vanaf deze website doorklikken naar mijn websites over mijn beroepsmatige activiteiten als koordirigent, als muziekleraar (momenteel in renovatie) en als musicoloog, meer in het bijzonder mijn onderzoek rond de Duitse operacomponist Albert Lortzing. Mijn doctoraalscriptie musicologie uit 1989 over fluitist-componist-fluitbouwer Louis Drouet staat ook online, maar wordt niet meer bijgewerkt - al zijn er soms ontwikkelingen waardoor ik mij graag weer eens met dit onderwerp zou bezighouden. Helaas: Tijd is Prioriteit.
Tenslotte linkt deze homepage naar websites over zaken waar ik ook graag over meepraat en -schrijf, maar die wegens tijdgebrek niet altijd even goed worden bijgehouden. Mijn weblog over kunst, waarop ik recensies van theatervoorstellingen, films en gelezen boeken schreef, zal gaandeweg geïntegreerd worden met deze website en uiteindelijk verdwijnen. Mijn websites over Goethe, de cultuur van het Biedermeier, het transhumanisme, het cryonisme, de kolonisatie van de ruimte, en het libertarisme, meer in het bijzonder het (niet-randiaanse) objectivisme zijn min of meer actief.
De website "Muziektheater - van Singspiel tot Operette" en de website van mijn alter ego Seòras - "The Meaning of Life"; over Keltische en middeleeuwse christelijke cultuur, zijn tot nu toe blijven steken in fase I, wachtend op betere tijden.
Het komt er eigenlijk op neer dat alles wat niet thuishoort op één van bovengenoemde websites, maar te lang is voor een tweet of een status-update op FB of Google+, hier een plek zal vinden.

Belcampo - een vergeten schrijver.

Ik leerde het werk van Belcampo (pseudoniem van de schrijver Herman Pieter Schönfeld Wichers, 1902-1990) kennen op school, door het verhaal "Het olografisch testament". Het was de opmaat voor meer, ik kocht de omnibus "Al zijn fantasieën" en las alles met veel plezier; en sommige verhalen herlas ik nog vaak daarna. Ik genoot van Belcampo's verhalen, waarin altijd iets wat waar zou kúnnen zijn, gecombineerd werd met iets volstrekt absurds, en - vond ik - vooral die bijzondere laatste zin, waarvan iedereen altijd roept dat H.P. de Boer er het patent op had.
Niets daarvan.
Wat dacht je bijvoorbeeld van het verhaal "Isaac van Asselt, een vergeten schilder", waarin je het gevoel hebt dat je een recensie aan het lezen bent van een ten onrechte onbekende schilder, tot de (in dit geval toevallig op één na-)laatste zin komt:

(...)anderzijds is het zijn plicht (die van de kunsthistoricus - GO) van gildeleden, die op verscheidene plaatsen met name worden genoemd, eens en vooral vast te stellen dat zij schilders van niets zijn geweest en hen voorgoed in de vergetelheid weg te stoten.

Of deze, waarin Belcampo zijn eigen aanvulling schrijft op het verhaal van de Ark van Noach:

Noach deed gelijk hem de Here bevolen had en al het gedierte des vijvers zwom uit en verspreidde zich, het wijfje bij het mannetje blijvend.

Ik kan nog wel even doorgaan, maar zal het kort houden met de slotzin uit "Het olografisch testament", waarin een notaris een testament moet tatoeëren op de naakte huid van een prachtige vrouw, een verhaal dat zonder één onvertogen woord te gebruiken, toch ongelofelijk erotisch is. Het verhaal eindigt ermee dat de notaris het niet kan laten 's nachts naar zijn eigen archief te sluipen en te kijken of het testament - de vrouw dus - er nog wel is:

voordat hij het wist lag notaris van Dalen in de armen van zijn akte. Zij legde de volle weelde van haar Oosterse lippenpracht op zijn dorre notarismond en hijgde hem toe: "Toen je me las voelde ik al, dat je me wou".

Bij deze drie citaten heb ik de bron er wel even bijgepakt, omdat ik het correct wilde opschrijven, maar als ik uit mijn hoofd zou hebben geciteerd zou het ook vrijwel foutloos zijn gegaan, terwijl het zeker dertig jaar geleden is dat ik het gelezen heb. Dat zegt misschien iets over mijn geheugen, maar volgens mij zegt het meer over de fascinatie die ik voor die verhalen had. En voor de prachtige zinnen, waarvan ik moet bekennen dat ik sommige daarvan nog weleens in gesprekken gebruik. Er is toch niemand die het ooit merkt, want wie kent er heden ten dage nog de schrijver Belcampo?
Eigenlijk was Belcampo huisarts en oefende zijn beroep uit in Bathmen van 1950 tot 1953. Van 1953 tot 1967 was hij studentenarts in Groningen en het verhaal gaat dat hij op zijn bureau twee potten met pillen had staan; in de ene pot zaten aspirientjes en in de andere "de pil". Vrouwelijke studenten kregen altijd één van de twee, voor mannen was er iets minder keus. Dat was voor die tijd toch behoorlijk vooruitstrevend; hij moet een erg fijne huisarts geweest zijn :-)
"Leven en laten leven" was zijn devies, uitgelegd in het boek "De filosofie van het Belcampisme". Jarenlang heb ik naar dit boek gezocht. In 1999 lukte het me eindelijk het te verwerven; ik moet het eerlijk gezegd nog lezen. Andere schrijvers en vooral andere filosofen waren inmiddels op mijn pad gekomen.
In Bathmen wordt Belcampo herdacht met het Belcampopad.

Het pad loopt naar de dorpskerk. Erg goed wordt het niet onderhoudenen: het ANWB-bord dat uit moet leggen wie Belcampo was moet nodig schoongemaakt:

Toen ik het bord vanochtend wilde fotograferen, had ik een rol keukenpapier bij me om wat vuil te verwijderen en de letters weer leesbaar te maken. Helaas, het bord stond zo opgesteld dat dat onmogelijk was: ik kon er niet bij.

Het is de plicht van de tand des tijds schrijvers als Belcampo langzaam in de vergetelheid weg te laten zinken. En het is de plicht van de ANWB daarbij niet al te veel in de weg te lopen en de zaken op zijn beloop te laten. Laissez faire.
Eigenlijk in overeenstemming met het Belcampisme.

Chi Coltrane

Gisterenavond zag ik haar weer bij Opium: Chi Coltrane.

Ooit was ik een fan; nou dat is misschien wat overdreven. Maar wie was er indertijd niet overdonderd door "Go Like Elijah"?
En dan het filmpje - de videoclip alszodanig was nog niet uitgevonden, maar ze wisten hoe ze Chi moesten marketen voor op zijn minst het mannelijke deel van het publiek.

Ja, ik was wel onder de indruk, wellicht zelfs "een beetje verliefd", maar ik was natuurlijk pas 15 jaar oud. Ik kocht de LP - daar moest ik nog behoorlijk voor sparen - en constateerde tot mijn teleurstelling dat de overige nummers nogal tegenvielen. Behalve misschien nog het laatste nummer van kant 2, "The Wheel of Life", dat wel appelleerde aan mijn filosofische inslag. Muzikaal als ik was hoorde ik natuurlijk ook wel dat ze wel erg snel naar haar kopstem doorschakelde als de noten wat hoger werden, maar ik had het geld nu eenmaal uitgegeven en probeerde met die twee nummers en de hoes waarop nog altijd haar foto stond mijzelf wijs te maken dat het een goede koop was.

Toch heb ik de tweede LP maar niet meer gekocht; de recensent van de Muziek Express constateerde hetzelfde bij Chi's stem in de hoogte als ik bij "The Wheel of Life" al had gehoord, dus ik dacht: "hij zal bij de rest ook wel gelijk hebben". En hij was niet enthousiast.
Daarna werd het stil rond Chi.

In 2009 trad zij op in het Haagse Paard. Natuurlijk heb ik er even over gedacht. 's Morgens was ze op de radio, met "Go Like Elijah". Tenenkrommend vals, eigenlijk onaanvaardbaar. Ik weet als koordirigent natuurlijk dat je stem 's morgens niet is wat-ie later op de dag kan zijn, maar je bent een pro of je bent het niet. Ben niet gegaan; ik hoef allang niet meer te sparen voor een kaartje, maar ik kan mijn geld wel beter besteden.
Weliswaar zong ze het bij VPRO's Vrije Geluiden in dat jaar minder vals, maar het pianoritme klonk als een moeizaam voortsukkelend paard en het maathouden ging haar bij het zingen niet al te best af. Het leek eigenlijk wel of ze ernstig teveel gedronken had.
Sommige fans hebben kennelijk geen filter en schrijven dan enthousiast

Maar oud wil nog niet zeggen versleten. een echte Chi Coltrane stem". (Peter Jansen)

anderen, duidelijk van een latere generatie,

wat is hieraan goed ze kan niet eens zingen. Pouya1115, 4 years ago

En gisteren was ze dus bij Opium; ze opende met "You Were My Friend". Ook zo'n oude hit, ze schijnt sinds 1973 niets van betekenis meer te hebben gemaakt.
Naar aanleiding van haar optreden in 2009 bij Vrije Geluiden stond dit nummer op YouTube.
manga4774 (whoever she may be) schreef in het commentaar 2 jaar geleden terecht:

she was my friend.

Juist; einde oefening.
Voltooid Verleden Tijd.
Ik heb "Opium" uitgezet voor Chi de kans kreeg met de beloofde uitvoering van "Go Like Elijah" het laatste stukje van de illusie aan diggelen te gooien.

Overigens moet ik de plaat nog ergens hebben...

Compositiewedstrijd NBE: Oost west THUIS niet best.

Het Nederlands Blazers Ensemble organiseert met BNN-VARA een compositiewedstrijd voor jonge componisten. Donderdag 16 oktober was het voorrondeconcert West in het Haagse Koorenhuis.

Het gebouw waar ik als 19-jarige zelf ben begonnen als muziekstudent toen het Koninklijk Conservatorium er nog in zat. Ik loop altijd wat weemoedig door het gebouw heen als er iets cultureels te beleven is. Het gebouw aan de Juliana van Stolberglaan dat ervoor in de plaats kwam - de verhuizing vond tijdens mijn derde studiejaar plaats - was van meet af aan niet het gebouw waar je je als muziekstudent kon laten inspireren, met die kleine en vooral te lage kamertjes en de in moderne goed-geïsoleerde gebouwen noodzakelijke airco.

Maar voor je door deze ingevoegde mijmering het gevoel krijgt dat ik in de vroeger-was-alles-altijd-beter-fase van mijn leven ben aangekomen: er loopt tegenwoordig heel wat jong talent rond. En dat kon je horen tijdens dit concert, waarin 15 jeugdige componisten tussen de acht en achtien jaar hun werk, gecomponeerd rond het thema "Oost west THUIS niet best" mochten laten horen. Bijna steeds zelf gespeeld, al dan niet met medewerking van (leden van) het jongNBE.

De eerste compositie was al meteen raak: "Die Mauer" van de 17-jarige Florian van der Reijden. Een interessant stuk, Florian zelf aan de piano, met aandacht voor de articulatie van zijn thema, het jNBE erbij, aangevuld met vier strak uitziende zangeressen, die - enige minpuntje - vocaal helaas niet tegen het orkest opgewassen waren.
Andere stukken die ik in ieder geval interessant vond om naar te luisteren waren "Een opengesteld domein" van Pol van den Berg, met bijzondere toonladders in de fluitpartij, die mij in ieder geval deden denken aan de etudes van Harald Genzmer, die ik vroeger toen ik zelf nog fluit-ambities had, heb gespeeld. Het stuk "In Cee" van Karmit Fadael was ook heel apart; en dat geldt mogelijk ook voor de bepaald niet op haar mondje gevallen Karmit zelf, die de enige kandidaat was die uit zichzelf uitgebreid over de achtergronden van het te beluisteren werk wist te vertellen. Daardoor wist ik ook dat op de tape, die met de compositie meeliep, fragmenten te horen waren van een geschiedenisles op de middelbare school van Karmit die zij stiekem heeft opgenomen. Erg eigentijds dus ;-) Helaas, werd tijdens de uitvoering de tape volgens mij iets te hard afgespeeld in verhouding tot de rest van de compositie.
Casper Groep was met zijn acht jaar de jongste kandidaat met een bijzonder werk, "Avatsjinskaja sopka". Kennelijk heeft Casper ook vorig jaar al meegedaan en gewonnen want zijn compositie van vorig jaar is dit jaar tijdens het nieuwjaarsconcert van het NBE uitgevoerd geworden. Dat heb ik helaas gemist. Ook nu had Casper een origineel werk.

Alle andere kandidaten hadden eigenlijk minder experimenteel werk, met uitsluitend traditionele melodieën en harmonieën. Niks mis mee, natuurlijk, en het is eigenlijk al bewonderenswaardig dat je op die leeftijd met componeren bezig bent. Ik was op die leeftijd zover nog niet en over mijn composities die ik nu af en toe maak praat ik liever niet hardop: zo geweldig zijn ze in het algemeen niet.

Één titel wil ik graag nog noemen: het werk "Laura's Kleurplaat" van de elfjarige Tom Kraan. Hier vond ik vooral de titel origineel, omdat die mij deed denken aan Jurriaan Andriessens muziekpedagogische werkjes als "Kathenka's Muziekboek" en "Roger's Sonatine".

Tussen al dit jeugdig gecomponeer zaten toch twee zaken die er wat mij betreft eigenlijk niet inhoorden: Lidewij Loot's "Storm", meer een singer-songwriter-stuk, overigens erg goed uitgevoerd en vooral heel sterk gezongen, maar naar mijn idee niet thuishorend bij een concours als dit. Dat de jury daar anders over dacht is duidelijk, want Lidewij is één van de zes kandidaten die meemag naar de volgende ronde en haar lied met hulp van één van de arrangeurs mag bewerken voor het NBE. Ik ben erg benieuwd naar de meerwaarde die het lied daarmee gaat krijgen, want het kan natuurlijk in een nieuw jasje heel interessant worden.
Het jeugd-popkoor "'t Koggeschip" uit Amsterdam met "Samen wij" vond ik echt een miskleun. Met Ciske de rat-achtige jongetjes die de lead zongen en vooral de tegenwoordig obligate Marco Borsato/Ali B-rap in de middle-eight moest er toch een knieval gemaakt naar het "gewone" publiek. Dat lijkt mij onnodig: ook de jonge componisten die wat minder "origineel" gecomponeerd hadden, lieten alleen al door het feit dát zij componeerden - maar ook door het niveau waarop zij hun eigen composities zelf speelden - horen dat zij wel wat gewend zijn. Ik noem hier het werkelijk vertederende strijktrio MaPoLo (elf, negen en elf jaar oud), dat met "Music in home" gewoon een ontzettend leuk stukje gemaakt heeft en dat ook goed wist uit te voeren. Je kunt horen dat deze kinderen vaak na school lekker met elkaar gaan musiceren, zoals anderen wellicht met elkaar gamen (en ook daar is niets mis mee). Aangezien het publiek voor een groot deel bestond uit trotse ouders, die hoogst waarschijnlijk de omstandigheden gecreëerd hebben waarin die talenten zich konden ontwikkelen, geloof ik dat het niveau van het publiek wel min of meer bepaald was en dat je de mensen niet hoefde te "sparen".

Na de pauze speelde het jNBE zelf. Prachtige muziek en goed uitgevoerd. Het viel me weer eens op hoe prachtig die blazers met elkaar mengen en wat een heerlijke klanken er kunnen ontstaan, vooral als het koper ook zacht weet te spelen, de hoornist en de trombonist met name dwongen bij mij op dit punt echt respect af. Jammer dat er af en toe naar een elektrische basgitaar werd gegrepen ipv de contrabas; de basgitaar stond vooral te hard afgesteld, was dat nou nodig?. En ook hier meende de programmamaker weer een knieval te moeten maken en voor het publiek te moeten bepalen dat er ook "iets leuks" bij moest zitten. De showstopper was het stuk "Ich bin 99", een arrangement van Evert Josemanders, waarin "99 Luftballons" van Nena en "Ich bin wie du" van Marianne Rosenberg aan elkaar gelast waren. Bij "Ich bin wie du" barstte het feest der herkenning weer los en mocht de zaal meeklappen. Hoe storend ik dat normaal ook vind, nu kwam het wel goed uit, ook omdat de prachtige blazersklanken waar we in de daarvoor gespeelde werken van mochten genieten, er hoe dan ook niet meer waren en er alleen nog een schel getoeter van de ooit zo populaire melodie overbleef.
Erg zonde.

Tasso bij het Nationaal Toneel.

Woensdag 10 september zag ik de try-out van Tasso bij het Nationaal Toneel. Naar het toneelstuk Torquato Tasso van Goethe.

Over deze voorstelling schreef ik een recensie, die op mijn Goethewebsite te lezen is.

Groeten van Mars

Een heel ander soort vakantie-kaartje hè?
Grapje, op vakantie ben ik naar Oostenrijk en Italië geweest, niet naar Mars. Maar ik vind dat we de ruimte in moeten en eigenlijk - om te beginnen - vooral naar Mars.
Al blijf ikzelf liever thuis; het Leven begint weliswaar ergens buiten je comfort-zone, maar als kind al vond ik astronaut worden toch een te hoog risico. Daarom besloot ik dat ik liever sterrenkunde wilde gaan studeren en het heeft er tot een half jaar voor mijn eindexamen ook serieus naar uitgezien dat ik dat zou gaan doen.
Het werd uiteindelijk muziek, sterrenkunde is nu nog steeds een hobby. Die trouwens steeds interessanter wordt met al die exo-planeten, planeten buiten ons eigen zonnestelsel, waarvan er geregeld weer nieuwe ontdekt worden.
Dus toen ik de poster zag van de expositie "Buitenaards - de jacht op planeten" in het Teylers Museum wilde ik daar wel naar toe.
Eerst even over de mooie poster. Hier is-ie (links), en let op het origineel (rechts).

Zoek de verschillen :-)

Het Teylers Museum is werkelijk een prachtig museum, maar de expositie was helaas een beetje kinderlijk. Vrij veel over de ontdekking van de planeten, weinig tot niets over exoplaneten. Toegegeven, het kind in mij kon het foto-moment bij de Mars-achtergrond niet negeren :-). Ook was er een hoekje sciencefiction. Hou ik ook wel van, maar het was toch vooral Star Wars. Had dat nou maar gewoon weggelaten.
Er waren ook wel wat pareltjes. Zoals het piepkleine Mars-meteorietje. Wat fraaie historische telescopen. Een aantal fraaie originele historische boeken over astronomie, mocht je helaas niet aankomen. Daarbij ook Flammarion "De Wonderen des Hemels" uit 1884.
Dit boek heb ik. Ik weet eigenlijk niet eens hoe ik eraan kom, ik zal het als vijftienjarige wel van iemand gekregen hebben die ervan af wilde en wist dat ik van boeken in het algemeen en boeken over sterrenkunde in het bijzonder hield. Op een gegeven moment had ik het ineens. Echter: het is zo oud, de eerste eigenaar van mijn exemplaar, ene H.r. Schippers, schreef er de datum "Februari 1923" in, dat er veel zaken instaan die allang achterhaald zijn. Dat viel me veertig jaar geleden al op toen ik door dat mij net in de schoot geworpen boek bladerde, dus ik heb er meerdere malen over gedacht het boek weg te doen - het is nogal een dikkerd en er stonden toch fouten in?.
Nu ben ik blij dat ik het bewaard heb.
Na thuiskomst uit Haarlem gelijk met de ladder naar de allerbovenste plank van mijn boekenkast, waar Flammarion lag. Onder een dikke laag stof, al jaren niet bekeken.
De tekst is eigenlijk zo slecht niet, valt me nu op. Natuurlijk is bijvoorbeeld Pluto nog niet ontdekt (dat was pas in 1930) en hebben Jupiter en Saturnus aanzienlijk minder manen dan inmiddels is gebleken. Maar Flammarion onderschat zijn lezers bepaald niet als hij uitlegt hoe de natuurkrachten werken. En er staan hele mooie platen in, die het boek nog steeds waardevol maken.
De tekeningen van de maankraters kunnen misschien niet tippen aan die van Tjomme de Vries, waarover Henk Nieuwenhuis in Februari van dit jaar nog een artikel in Zenit publiceerde, maar het viel mij toch vooral op hoe sommige van die oude platen de fantasie weten te prikkelen, veel meer dan de moderne fotografie.
Bijvoorbeeld de plaat van William Herschel met zijn zus Caroline, die door het Teylers voorzien werd van het commentaar "William en Caroline Herschel aan de telescoop", staat in Flammarion als "William Herschel, de planeet Uranus ontdekkend".

Door een telescoop kijken en dan gewoon een nieuwe planeet ontdekken, is dat niet een jongensdroom? Ook al ging het in werkelijkheid waarschijnlijk iets anders en gaat het in ieder geval tegenwoodig met die exoplaneten, die alleen indirect waar te nemen zijn, heel anders.
Er staan ook nog platen in van "Newton, de algemeene aantrekkingskracht der stof ontdekkend" (de beruchte appel) en "Le Verrier, de planeet Neptunus ontdekkend".

De romantiek van de wetenschap.
Schitterend, ik geloof dat ik daar als kind voor gevallen ben.

Zomergasten op het Witte Doek.

De laatste Zomergasten van dit seizoen heb ik gevolgd in Filmtheater "De Uitkijk". Als lid van de VPRO kon ik daar naartoe en aangezien ik ook een fanatiek zomergasten-kijker ben leek me dit een mooie manier om het seizoen af te sluiten. Ook al kende ik eerlijk gezegd de gast, David van Reybrouck, niet. Des te groter was de verrassing, want deze aflevering was het hoogtepunt van de toch al zeer goede reeks.
Dankzij de DVD-recorder konden we ook die afleveringen zien die we door vakantie anders hadden moeten missen. Aflevering 1: Freek de Jonge had ik absoluut niet willen missen. Goeie fragmenten en een boeiend gesprek. Al ben ik het niet altijd met Freek eens - moet kunnen - hij is natuurlijk wel een boeiende persoon.
Aflevering 2: Jim Taihuttu. Had ik nog nooit van gehoord, aardige kerel. Leverde me één leuk fragment op: "Flight of the Navigator" - gelijk gedownload. Verder had ik er niet zoveel mee; ik heb de aflevering half afgekeken en de rest staat nog op de recorder - wachtend om gedeletet te worden als we weer eens ruimtegebrek hebben, want ik denk dat afkijken er niet meer van gaat komen.
Aflevering drie: dieptepunt Saskia Noort. De nogal éénzijdige keuze van de fragmenten zou misschien nog goed gemaakt zijn geworden door fantastisch commentaar, maar dat deed ze niet, mogelijk ook omdat ze het gewoon niet kon. En Wilfried de Jong kreeg het er ook niet uit, al bleef hij dapper zijn vragen stellen. Die vragen werden wel steeds monotoner, want er was met Noort nog minder te beginnen dan met Wouter Bos vorig jaar. Gewoon niet zo'n interesante gast, maar soms moet er een knieval gedaan naar het grote publiek hè, het mag natuurlijk niet te elitair worden.
Aflevering vier: Reinbert de Leeuw. Natuurlijk ook éénzijdig in zijn keuze, maar binnen die eenzijdigheid waren het wel hele interessante fragmenten. En hij wist er wel enthousiast bij te vertellen. Zelf kende ik het verhaal al - 't is mijn vak hè -, maar toch bleef het boeiend. En complimenten voor Wilfried, die de af en toe in zijn enthousiasme verdwalende De Leeuw steeds weer terug wist te krijgen op de hoofdlijn. Al kreeg ik de indruk dat er tijdens de live-uitzending besloten werd een fragment over Charles Ives te laten sneuvelen ten gunste van John Cage.
Aflevering vijf: Ionica Smeets. Ook daar keek ik erg naar uit. Ik volgde haar Wiskundemeisjes-blog al vanaf het begin, toen het nog geen prijs gewonnen had. Het was toen helaas een stuk boeiender dan daarna, toen de bekendheid kwam en er op productiviteit gedraaid moest worden. En zeker toen er ook een Volkskrant-rubriek van gemaakt werd. Maar Ionica heeft natuurlijk het belangrijke vermogen moeilijke zaken eenvoudig uit te leggen - en dus te laten zien dat de kloof tussen het volk en de elite ook weer niet onoverbrugbaaris. Er waren naast leuke ook heel interessante fragmenten te zien, zoals het fragment van de twee wiskundigen bij De Wereld Draait Door, waaruit bleek dat Prem met zijn grote mond liever niet bij de elite thuis wil kunnen horen (en dat lijkt mij een zegen; waarom hebben ze hem ooit op TV terug laten komen?) en, voor mij een ontdekking: de film "La habitación de Fermat" (Fermat's Room). Nog niet gedownload, maar wel wat onderzoek gedaan naar de oplossingen van de problemen. Eerlijk gezegd had ik, sprekend over Fermat, stiekem gehoopt op een fragment uit de prachtige BBC documentaire "Andrew Wiles and the last theorem of Fermat", maar aan de andere kant: die kende ik al.
Met vijf afleveringen in één week zaten we lekker in de zomergasten-flow (de eerste drie bekeken we tussen vier en vijf in via de DVD-recorder vanwege de vakantie) toen we de advertentie lazen in de gids van zomergasten op het witte doek. Gelijk besteld, want we dachten dat het wel snel uitverkocht zou zijn. Mooi niet; de zaal was nog niet halfvol. Ik hoop dat de VPRO en Filmtheater De Uitkijk dit volgend jaar weer doen, want het is echt een heel andere dimensie van Zomergasten kijken dan thuis op die geweldige sofa van me.
Ten eerste is De Uitkijk nog een ouderwets mooie bioscoop met karakter. Niet al te groot en dat maakte, met het kopje koffie vooraf en de prosecco met hapjes die tijdens de uitzending werden rondgebracht, dat het huiselijk gevoel er ook was, met de voordelen van een groot scherm.
Van Reybrouck begon zijn avond met het een statement over het voordeel van films kijken in de bioscoop in plaats van thuis. Voor hem is het "gedeeld" kijken, met andere mensen belangrijk. Die motivatie deel ik niet: andere mensen weten zich zelden te gedragen in de bioscoop. Dat geldt zeker voor Pathé-publiek, maar zelfs in het Haagse Filmhuis wordt het publiek tijdens de voorstellingen steeds rumoeriger. Ik kijk graag films in de bioscoop omdat me dat echt het gevoel geeft voor een uur of twee in die andere wereld binnen te gaan; niet ondertussen de telefoon te moeten opnemen of opstaan voor dat kopje koffie of een glaasje, maar je helemaal overgeven aan de film.
Van Reybrouck had nog meer goede fragmenten en evenzoveel goede uitspraken. En, wat een verademing om iemand weer gewoon beschaafd Nederlands te horen spreken; daar zouden veel Nederlanders een voorbeeld aan moeten nemen. Mooiste uitspraak van Van Reybrouck vond ik "de drempel laag, de lat hoog". Met andere woorden: de kloof naar de elite is al overbrugd; u moet alleen wel even zelf die brug over lopen.
Wie wil dat niet?


Nou, daar zal je nog verbaasd van staan; niet alleen Prem is een van die medelanders die ik nog geen vijf minuten in mijn omgeving zou verdragen. Nu het nieuwe televisie-seizoen weer begonnen is, kreeg ik deze week via Humberto Tan's RTL Late Night alvast twee voorproefjes voor wat de TV-kijker het komende seizoen te wachten staat: allereerst zag ik woensdag Brigitte Kaandorp, die de Voice-over gaat verzorgen bij Thuis voor de Buis. Een soort Meta-TV-kijken, waarbij op zich al twijfelachtige (reeds uitgezonden!) programma's bekeken worden door mensen die, zo lijkt het wel, op hun foutheid zijn uitgezocht en daarbij commentaar op het programma mogen leveren zoals ze dat ook geacht worden te doen als er geen camera in de buurt is, waarop dan vervolgens Kaandorp haar cabareteske licht laat schijnen. En, na dit voorproefje, dat mij volkomen vertwijfeld achterliet over het niveau van de doorsnee Nederlander (de deelnemers, de potentiele kijkers en eigenlijk ook Brigitte Kaandorp - heeft ze het nodig om zich te laten prostitueren door deze klus aan te nemen?), bleek de volgende dag dat het nóg platter kon: Beat-it met Jan Smit en Gerard Joling. Een soort talentenjacht, voor publiek dat waarschijnlijk niet van muziek houdt, maar wel pap lust van een partijtje taartensmijterij en andere onderbroekenlol.
De komkommertijd voor de omroepen is weer voorbij, de TV mag wat mij betreft weer voor een paar maanden naar zolder. Genoegzaam kijk ik naar mijn flink hoge stapel te lezen boeken; ik zal mij niet vervelen.

I'm báááck!

Van vakantie?

Ook, ja. Maar deze post is vooral omdat ik uiteindelijk, na een kort uitstapje, weer terug ben bij mijn oude Drupal-website. Die ik overigens wel een nieuwe skin heb gegeven en een beetje opgeschoond.

Mijn tussendoortje met een ouderwets-statische website, gemaakt met Image-Line's EZGenerator en het losse blog via Blogger voelde toch niet goed. En tegenover de punten waarin EZGenerator sterk was, stonden evenzovele zwakkere punten.

Terug dus, maar met een nieuw behang.

Kijken of het weer wat wordt tussen ons, mr. Drupal.

Christina Pluhar - "Improvisations on Purcell"

Sinds enige weken ben ik in de ban van Christina Pluhar.

Ik hoorde via ClassicFM meerdere malen een stuk langskomen, dat na bestudering van de playlist "The Mock Marriage" bleek te heten.

"Wat een vreemd stuk", dacht ik en ging op zoek. Dat is tegenwoordig niet zo moeilijk meer, behalve Google hebben we Spotify (ik kan iedereen van harte een premium account aanraden!) en het intikken van de titel leverde het album "Music for a While - Improvisations on Purcell" op.

Zoals de titel al min of meer zegt: bewerkingen van stukken van Purcell. "The Mock Marriage" kende ik niet uit eerdere uitvoeringen, maar vele andere stukken wel, in wat men zo mooi noemt "authentieke" uitvoeringen, en zo kreeg ik een goed beeld van wat Pluhar er van gemaakt heeft.

Ehhh....heel anders. :-)

Vergelijk bijvoorbeeld "When I am laid in Earth" met hoe dat doorgaans gezongen wordt, of het bijna blasfemisch bruisende "Strike the Viol", met de uitvoering onder leiding van Gardiner, toch een heel goede dirigent, en je snapt wat ik bedoel.

Aanvankelijk dacht ik dat Pluhar een zangeres was uit de hoek van de lichte muziek die, net als bijvoorbeeld Sting met "Songs From the Labyrint" (liederen van Dowland) eens een zijsprongetje gemaakt had, een interessant experiment waar een moderne zanger(es) zijn/haar interpretatie loslaat op Renaissance-muziek ("Music or a While" is behoorlijk Jazzy), maar niets is minder waar: Pluhar is een specialiste oude muziek!(de Engelse Wikipedia-pagina over Pluhar is aanzienlijk schaarser met informatie!). Het is ook niet Pluhar die je hoort zingen op dit album, dat zijn Philippe Jaroussky (counter-tenor), Raquel Andueza (sopraan), Vincenzo Capezzuto (alt) en Dominique Visse (counter-tenor).

Klassieke, of in dit geval, oude muziek in een modern jasje is altijd goed voor tegenstrijdige opvattingen; Ekseption wist er al van mee te praten. Zo ook Nicholas Kenyon die op zondag 23 maart jl in The Observer schrijft:

From a group whose flair and inventiveness I have very much admired in a variety of baroque repertoire comes a real horror — an attempt to update Purcell to a classic of the jazz era. Turning Dido's Lament into lounge-bar smooch, and Music for a While into a lazy clarinet-dominated improv is just unbearable. The vigour of Wondrous Machine is completely dissipated; In vain the Am'rous Flute survives unscathed, all the odder in this context. They say great music can withstand anything, but now I'm not so sure.

Tja, kwestie van smaak. Hoewel ik mij af durf te vragen hoe saai Kenyon's smaak is. Ik denk dat het interessant is af en toe te spelen met de gedachte dat Purcell en andere grootheden uit de muziekgeschiedenis hun muziek anders geschreven zouden hebben als ze indertijd de beschikking hadden gehad over "onze" instrumenten als bijvoorbeeld de saxofoon.

"Music for a While" vind ik zo'n fascinerend album, dat ik er over gedacht heb het te kopen en dat wil wat zeggen; sinds het internet er is koop ik eigenlijk nooit meer CD's!

Ramses - De Recensie

Tijdens het bekijken van het vierde en laatste deel van de dramaserie "Ramses" deed ik, overmand door een grenzeloos gevoel van teleurstelling, een klein gedachte-experiment.
Stel dat de serie niet over Ramses Shaffy was gegaan, dat Ramses Shaffy misschien helemaal niet bestaan zou hebben, maar zou hebben gespeeld rond een fictieve zanger/cabaretier/levenskunstenaar die teveel dronk, homoseksueel was en in ook zijn verdere levenswandel en liedteksten tegen de bekrompen tijdgeest inging. En die we daarmee nú, veertig jaar later, zouden kunnen beschouwen als een morele bevrijder, een profeet. Zou iedereen nog steeds zo enthousiast zijn over deze serie?
Ik denk het niet.
Deel één viel me al vreselijk tegen, maar ja, soms moet je er even inkomen hè. Ik moet bekennen dat ik deel twee gemist heb. Dat wil zeggen: ik heb hem niet gezien, want ik kon bij deel drie weer moeizaam aanschuiven; wel was de voorraad lege flessen in Shaffy's achtertuin significant gegroeid - vul het verhaal verder in en kleur de plaatjes. Net als indertijd bij "As the World Turns"; al zou ik willen dat het spel- en regieniveau van "As the World Turns" af en toe werd gehaald, want dat werd het niet.
Deel vier was het treurige dieptepunt: terwijl de camera ietwat overmatig de ogen en mond van acteur Maarten Heijmans bleef uitbuiten - het was me inmiddels aan reacties van BN-ers in talkshows al duidelijk geworden dat vrouwen daar op vallen - werd de begeleidingsband die om Ramses heen werd geformeerd om zijn carrière weer enigszins op de rails te krijgen totaal niet uitgeregisseerd. Bij de eerste aflevering dacht ik nog gewoon dat bijvoorbeeld Thomas Cammaert, die Joop Admiraal moest spelen, een wat zwakkere acteur was, maar die jongens van de band stonden er maar een beetje bij alsof ze zo van de straat waren geplukt om te figureren. Hou jij deze gitaar eens vast en ga jij daar eens achter de toetsen zitten en doe of je speelt en oja, bij de Chinees moet jij even een grapje maken over Nasi Ramses.
Michiel van Erp, toch niet de eerste de beste, kon er kennelijk niet veel meer van maken.

In 2003, de nadagen van Ramses Shaffy, schreef Bas Steman: "Ramses Shaffy: Naakt in de orkaan", een "Ramses - de Belevingsbiografie". Al snel volgde "Ramses" - de Film van Pieter Fleury. Film gezien, daarna het boek gelezen. Niet helemaal de juiste volgorde, wel inspirerend. Er werden ook interessante kanten van Ramses belicht. Ramses - de CD met liedjes uit de film gekocht. Het viel me al op dat, als je die liedjes draait zonder de film er niet veel meer van over blijft. Maar de eerste tijd stonden film en boek nog in het geheugen, dus het ging nog wel.

Bij het overlijden van Ramses zei Marit, mijn vrouw, nog, 'zal "Ramses - de Musical" er ook wel snel komen'. En verdomd, ze had gelijk. Tijdens een koorfestival hoorde ik een koor "Ramses - de Medley" zingen. En nu dus de TV-serie. Of nee, de Drama-serie; TV-serie klinkt zo ordinair, net als uitmelken.
Daar gaat het natuurlijk niet om.
Het is tenslotte geen soap - al klinkt de aankondiging "over de jonge jaren van Ramses Shaffy" verontrustend. Liever geen "Wij zullen doorgaan". Het had sowieso wat mij betreft allemaal wel in één deel gekund.

Toegegeven: Ramses - de Mens was bijzonder.
In zijn tijd.
Zijn liedjes zijn, anno 2014, wel ietwat ehh..., nou ja, niet meer van deze tijd. En hoe groot is iemand eigenlijk als hij zijn talent niet weet te beheersen maar zijn leven verwoest met drank en drugs? Wat boeit mij een zangeres (Liesbeth List, gespeeld door Noortje Herlaar) die, ergens
tussen bewondering en verliefdheid in, alles overboord zet voor Ramses, haar "raison d'être" ontleent aan haar tijd met Ramses, af en toe nog  mag komen opdraven om te getuigen van de Grootheid van Ramses, het verkondigen van Ramses - het Evangelie. Nederlands Existentialisme: wat De Beauvoir had met Sartre, had Liesbeth met Ramses. Een sneu "Could We Start Again, Please", een "À la recherche du temps perdu".
Het was mooi, maar het is geweest.
En wat geweest is, is geweest.

Tijd voor iets nieuws, wat mij betreft moet het nu maar eens klaar zijn met de Ramses-verering.

Syndicate content