The Art of Life is dying young...as late as possible!

Welkom op mijn homepage!

Deze website gaat vooral over mijn alledaagse zelf, de Flesh-and-Blood Person, "Familienvater" en Levensgenieter IRLKA George Overmeire - "The Bright Side of Life".
Tevens is deze website het Centraal Station van "Mijn Web": de mij toegewezen uithoek van het WorldWideWeb, waaraan ik - "Reaching toward Infinity" - sinds 1999 weef.
Zo is deze homepage ten eerste de verbinding naar de website van mijn alter ego Kuehleborn - "The Geek Side of Life"; een weblog over het vinden, filteren, organiseren, transformeren en uitwisselen van kennis ("Shih: The aesthetics and beauty of knowledge"), over sciencefiction, Computer Music en uiteraard over Kuehleborn's natuurlijke habitat, het Web.


Maar ook kun je vanaf deze website doorklikken naar mijn websites over mijn beroepsmatige activiteiten als koordirigent, als muziekleraar (momenteel in renovatie) en als musicoloog, meer in het bijzonder mijn onderzoek rond de Duitse operacomponist Albert Lortzing. Mijn doctoraalscriptie musicologie uit 1989 over fluitist-componist-fluitbouwer Louis Drouet staat ook online, maar wordt niet meer bijgewerkt - al zijn er soms ontwikkelingen waardoor ik mij graag weer eens met dit onderwerp zou bezighouden. Helaas: Tijd is Prioriteit.
Tenslotte linkt deze homepage naar websites over zaken waar ik ook graag over meepraat en -schrijf, maar die wegens tijdgebrek niet altijd even goed worden bijgehouden. Mijn weblog over kunst, waarop ik recensies van theatervoorstellingen, films en gelezen boeken schreef, zal gaandeweg geïntegreerd worden met deze website en uiteindelijk verdwijnen. Mijn websites over Goethe, de cultuur van het Biedermeier, het transhumanisme, het cryonisme, de kolonisatie van de ruimte, en het libertarisme, meer in het bijzonder het (niet-randiaanse) objectivisme zijn min of meer actief.
De website "Muziektheater - van Singspiel tot Operette" en de website van mijn alter ego Seòras - "The Meaning of Life"; over Keltische en middeleeuwse christelijke cultuur, zijn tot nu toe blijven steken in fase I, wachtend op betere tijden.
Het komt er eigenlijk op neer dat alles wat niet thuishoort op één van bovengenoemde websites, maar te lang is voor een tweet of een status-update op FB of Google+, hier een plek zal vinden.

Boek - statistieken.

Het jaar 2014 is nog niet voorbij, maar, in blije afwachting van het mogen opmaken van mijn winst- en verliesrekening op het zakelijke vlak, straks in januari, maak ik alvast de balans op van mijn boekenlijstje.
Net als vorig jaar deed ik mee aan de Reading-Challenge bij Goodreads. Alleen: vorig jaar was ik te optimistisch (ik zette in op 50 boeken) en bleef er ver onder - ik las er slechts 30.

Dit jaar was ik realistischer en stelde ik mijn norm bij: ik zette in op 40 boeken. Op dit moment staat de teller op 45 en ik verwacht er nog minstens één uit te lezen!
De hele lijst is natuurlijk na te kijken op Goodreads en hier in een gewoon document dat ik vanaf 1994 bijhoud. (eigenlijk vanaf 1992, maar de eerste twee jaar deed ik op een Olivetti tekstverwerken, die informatie moet ik nog eens handmatig overzetten in het Word-document).

Voor de lol hier wat statistieken:

> Ik las dit jaar 45 boeken uit. Er zijn er nog wat onder handen.
> In totaal, tot nu toe: 11,069 pagina's.
> Van die boeken waren er 8 in het Nederlands, 21 in het Duits en 16 in het Engels.
> Daarvan: 6 "gewone" romans, 9 sciencefiction romans, 14 boeken die op een of andere manier gerelateerd zijn aan mijn Lortzing-onderzoek en 16 overig filosofisch/populair-wetenschappelijk.
> Tot slot de strijd tussen het Ebook en de Treeware-boeken: Ik las 27 ebooks, en dus 18 "gewone", "echte" boeken. Boek #46 - nog uit te lezen - is ook een ebook. Ik lees ebooks het liefst op mijn Sony e-Reader, als ePub dus. Kindle boeken, die ik gekocht heb bij Amazon converteer ik altijd naar ePub. Ik weet natuurlijk dat dat eigenlijk niet de bedoeling is, omdat je dan de DRM eraf moet halen, maar ik heb er toch voor betaald? Dan is het boek dus van mij en doe ik ermee wat ik wil. Ik vind een e-reader gewoon prettiger lezen dan mijn iPad (waar een kindle-app opzit), vooral in bed, waar ik overigens tijdens mijn slapeloze uurtjes sowieso de meeste pagina's verwerk.

De Google Books lees ik wel via mijn iPad; ik moet wel, want de vooral oude Duitse boeken, die nog in Fraktur-schrift zijn gedrukt en door Google zijn ingescand (fantastisch!), en sommige boeken die ik via de eLibrary (KB of via de Goethe-Online Bibliotheek) lees, zijn meestal pdf's en dat leest dan weer beter op een iPad.

Beste roman: moeilijk te zeggen. Ik opende het jaar met Peter Steinz' "De duivelskunstenaar", een boek over Faust. Erg interessant, maar van belang is dat hieruit voortkwamen Yourcenar's "hermetisch zwart" - prachtig - en Hesses "Narziss en Goldmund", goed, die ik beide nog in januari uitlas, maar de beste roman vond ik toch "The Luminaries" van Eleanor Catton. Waanzinnig mooi geschreven, een bijna Dickensiaanse sfeer (zoals indertijd ook Charles Palliser's "The Quincunx"). Ik lees niet heel veel romans, heb nog "The Goldfinch" klaarstaan op mijn e-reader, maar nog niet aan toegekomen. Wordt 2015. Hopelijk.
Sciencefiction lees ik meer. Echter: het niveau viel dit jaar wat tegen. In de zomervakantie las ik Heinlein's "Farmer in the Sky", dat was goed. Heinlein hè. Ik had al heel veel van hem gelezen en na een paar jaar "even niet" nu dit boek opgepakt - voelde weer helemaal als vanouds. "The Word Exchange" van Alena Graedon sprak me qua onderwerp erg aan, begon ook zeer veelbelovend, maar zakte na de eerste drie hoofdstukken enorm in. Jack Williamson's "Star Bridge" was okay, maar niet meer dan dat en "River of Gods", ja dat was toch even doorzetten. Verder ben ik dit jaar begonnen met de Perry Rhodanserie (gevaarlijk!), de boeken uit de 70er jaren beleven momenteel een revival. Twee delen gedaan, maar ik moet zeggen dat ik alleen deel 1 goed vond. Deel 2 moet ik overigens als kind al hebben gelezen, ik herinnerde mij ineens een bepaalde passage bijna woordelijk, maar dan in het Nederlands (terwijl ik het nu in het Engels heb gelezen). Merkwaardige ervaring, een soort "Déja lu".

Ik hoop het jaar te mogen afsluiten met "The Golden Age" van John C Wrigth. Dit boek begon tamelijk onbegrijpelijk (deze ervaring hadden ook sommige andere lezers op Goodreads!) en ik had het eigenlijk al terzijde gelegd. Maar na een tijdje toch weer opgepakt en ineens zag ik het licht. Wow, wat een geweldig boek!

Binnen de afdeling filosofie/populair-wetenschappelijk las ik drie boeken van Rüdiger Safranski: één over ETA Hoffmann, één over Nietzsche (net uit als ik dit schrijf) en zijn nieuwste boek over Goethe. Geweldig, net als andere boeken (over de Romantiek, over Schopenhauer, over Schiller en over de vriendschap tussen Schiller en Goethe) die ik al eens van hem gelezen heb. Hoewel: over Goethe wist ik eigenlijk al aardig wat en dan verbleekt dat boek een beetje bij zijn andere werk. Maar er is dan ook al heel wat over Goethe geschreven, daar ga je niet zo snel iets aan toevoegen.
Ik heb dit jaar sowieso vrij veel over Goethe gelezen, en dat allemaal verwerkt op mijn Goethe-website. Over Goethe en Angelika Kauffmann, over Goethe en Bettina von Arnim, over Goethe en Gotha en tenslotte over Goethe en Beethoven en dat leidde tot Beethoven en zijn "Unsterbliche Geliebte". Twee boeken daarover gelezen, nummer drie, Harry Goldschmidt's "Um die unsterbliche Geliebte: Eine bestandsaufnahme" is werk in uitvoering; krijg ik waarschijnlijk dit jaar niet meer uit. En dat wil ik ook eigenlijk niet, want sommige boeken lezen als een spannende ontdekkingstocht, waar op iedere bladzijde wel iets interessants te vinden is. Kan me niet lang genoeg duren.

Trace-CD's.

Ik heb ze!
De Trace CD's!
(Hier net binnen, nog netjes verpakt in het cellofaan)

Eindelijk weer compleet. :-)

In mijn jeugd was ik een Ekseption-fan. Ik schreef hier al eens over bij het overlijden van toetsenist Rick van der Linden op 22 januari 2006.

Ook schreef ik in dat artikeltje over Rick's nieuwe groep Trace. Wat ik niet schreef was dat ik, geheel tegen mijn verzamelwoede en behoefte aan volledigheid ingaand, niet het laatste album van Trace gekocht had, "The White Ladies".
Waarom niet? Tja, ik vond het tweede album al een beetje tegenvallen (het was vooral iets minder progressief dan het eerste album) en Trace was ten tijde van dit derde album al niet meer de "supergroep", zoals de band in den beginne was gelanceerd, met behalve Rick ook Pierre van der Linden en Jaap van Eik. De laatste twee waren er al vrij snel uitgestapt wegens uitblijvend succes, zodat Trace eigenlijk alleen nog bestond uit Rick zelf, aangevuld met drie oude Ekseption-muzikanten: Cor Dekker, Peter de Leeuwe en Dick Remelink. Dat was, op Rein van den Broek na, toevallig wel de bezetting van mijn favoriete Ekseption-album, nl. de vijfde.

Om de een of andere reden was indertijd de rek er bij mij een beetje uit en ik liet het album, lekker eigenwijs en ook een beetje teleurgesteld over de gang van zaken, in de winkel liggen. Stom van me, ik heb daar vaak spijt van gehad. Ik had alles van Ekseption en Trace en nu was mijn collectie incompleet. En in het LP-tijdperk vind je zo'n album niet zo snel meer als-ie eenmaal is uitverkocht. En zelfs niet in ons digitale tijdperk. Te kleine markt.

Maar nu wel dus. Centertainment heeft de albums onlangs opnieuw uitgebracht, alle drie, inclusief Bonusmateriaal.
Trace, Birds, en White Ladies.

De aankondiging kreeg ik al op 23 september, via de Ekseption-mailinglist, maar ik moest twee maanden wachten voor ze echt uitgebracht werden. Gelijk gekocht, alledrie.

Na bestelling en betaling nog twee spannende dagen wachten en toen lagen ze zaterdagmiddag op de deurmat. Gelijk 's avonds gedraaid. Lekker hard. Via de koptelefoon, want denk aan de buren.

White Ladies draaide ik als laatste. Het moest natuurlijk wel in de juiste volgorde.

Behalve de bezetting lijkt ook de muziek van "White Ladies" sterk op Ekseption's 5e album. En, in tegenstelling tot andere muziek uit mijn jeugd, bijvoorbeeld het album "Atlantis" van Earth & Fire, heeft de muziek van Trace nog niets aan kracht verloren.
Hoe heb ik het dertig jaar lang zonder deze muziek kunnen stellen?

Een trieste blik....

bood het lege pand van boekhandel "De Bengel" in Dordrecht

toen ik daar op 20 september van dit jaar was.

Ik bezoek in mijn vrije tijd graag steden, en meet de waarde van een stad af aan
1. de aanwezigheid van een mooie historische kerk
en
2. de aanwezigheid van een fatsoenlijke boekhandel, enigszins gespecialiseerd in Het Betere Boek. Of liever nog: een antiquariaat.
Dordrecht was zo'n mooie stad. Maar de voorlaatste keer dat ik daar was, op 4 september 2010, was De Bengel nog springlevend. En beloofde zelfs een dubbel leven:

Maar "dubbel" betekent niet: "dubbellang"; mijn belangstelling voor Dordrecht is inmiddels met 50% achteruit gegaan. :-)

Ook Haarlem moest eraan geloven: van de vier boekhandels (één speciaalzaak - waarvan ik me drie jaar geleden al afvroeg hoe de eigenaar het hoofd boven water kon houden, twee antiquariaten - waaronder De Slegte, die in Haarlem ook nog eens niet zoveel voorstelde, en een min of meer "gewone" boekhandel - ik tel AKO/Bruna niet mee) die ik daar graag bezoek, pardon: bezocht, is er nog maar één over - het andere antiquariaat. Met de BAVO, waar je alleen in mag tegen betaling, degradeert dat de stad bijna tot het niveau van een dorp, wat zeg ik? Een Krähwinkel, een getto, een achterbuurt! Nouja, niet overdrijven: het Teylers redt de eer.

En Deventer, de Stad der Steden met elf antiquariaten? Boekhandel "Notting Hill" is inmiddels ter ziele, en dient nog slechts als etalage voor boekhandel "Das Gute ist immer da", even verderop. Dat maakt dat er nog tien zijn; nog altijd een Toplocatie.

Het is mijn eigen schuld: ik koop mijn boeken nog vrijwel uitsluitend via internet-antiquariaten. Nieuwe boeken koop ik vrijwel niet meer: ik read e-, anders groei ik dicht.
Ik ben natuurlijk een grootgebruiker, maar ik kan in mijn eentje niet alle boekenzaken van Nederland onderhouden. Wel snuffel ik er graag rond, zoals sommige vrouwen schoenenwinkels bezoeken. Maar daar zijn er nogal wat van, in tegenstelling tot boekwinkels, dus ik zal toch een reddingspoging moeten ondernemen.
Als ik tenminste wil voorkomen dat mijn stedentripjes ontaarden in het permanent uitvoeren van de "Man Stand" - het bij een mode- of schoenenzaak geduldig buiten wachten van een man terwijl zijn vrouw lekker aan het shoppen is.

Mijn sinterklaaswensenlijstje bevat dan ook vier boeken, echte Treeware boeken!

En een DVD, dat wel.
Een documentaire, uiteraard, want een dag niet geleerd is een dag niet geleefd.

En te bestellen bij Bol, tja.

Gemak dient de mens.

Konrad Boehmer en het muziekonderwijs in Nederland.

Het is niet de bedoeling dat dit hedonistisch weblog verandert in een verzameling necrologieën van mensen die op de een of andere manier mijn leven beïnvloed hebben. Maar toen ik vanochtend bij het radioprogramma van Jacques Klöters een opsomming hoorde van mensen die het afgelopen jaar zijn overleden en daarin de naam van Konrad Boehmer voorbij hoorde komen - zijn overlijden op 4 oktober van dit jaar is volstrekt langs mij heen gegaan - moest ik even terugdenken aan mijn studiejaren aan het Koninklijk Conservatorium (1977 - 1982), waar hij mijn docent muziekgeschiedenis was.
Van de doden niets dan goed, maar een kritische noot mag hier toch wel klinken. Boehmer zelf kon er ook wat van als het om kritiek spuien ging.
Konrad Boehmer stond in die tijd vooral bekend als querulant, maar zijn lessen waren zeker niet slecht. Hoewel, even één anecdote: toen ik mijn tentamen muziekgeschiedenis moest doen liet hij mij royaal kiezen met welk onderwerp ik wilde beginnen. Wetend dat het mijn specialiteit is - en hij er zeer weinig mee ophad - koos ik middeleeuwse muziek en Gregoriaans. Dat had ik beter niet kunnen doen, want hij zei dat hij het daar niet over wilde hebben en ging voor straf gelijk over Wagner praten, toen míjn zwakste plek. Omdat ik ook musicologie studeerde - wat hij niet wist, omdat je daar in die tijd op het conservatorium beter niet over kon praten - wist ik naar conservatoriummaatstaven hoe dan ook wel voldoende van muziekgeschiedenis, dus ik kreeg een "8", met de opmerking dat als ik iets meer van Wagner begrepen zou hebben het een "9" zou zijn geweest.
Jaren later kwam ik Boehmer nog eens tegen in de trein en ik waardeerde het zeer dat hij mij nog herkende. Ik moet bekennen dat ik in mijn eigen rol als muziekdocent meer moeite heb oud-leerlingen te herkennen. Ze herkennen mij altijd, en ik kom ze nogal eens tegen.

Ik schreef al dat Boehmer eigenlijk een dwarsligger was, wat de oorzaak was dat hij door zwakkere docenten nogal verafgood werd. In zijn rol als geïmporteerde Duitser die het Nederlands muziekleven weleens zou wakker schudden werd hij columnist van de NRC; zijn schrijfsels werden in 1974 gebundeld uitgegeven in "Gehoord en Ongehoord". Vooral de, ik geloof vier, artikelen over het muziekonderwijs in Nederland werden tijdens ons muziekdidactiekonderwijs te pas en te onpas geciteerd met in mijn ogen funeste gevolgen.

Niet alleen muntte Boehmer in één van deze artikelen het begrip "muziekpedagogische muziek" (de trouwe lezer van dit blog zal opmerken dat ik het begrip onlangs zélf nog gebruikt heb), als aanduiding voor simpele en "dus", in Boehmers ogen, onbenullige stukjes die je moet spelen als je een beginner bent - alsof de stukken die Boehmer componeerde meer geschikt zijn voor de beginnende muziekstudent - vooral wist hij door een link te leggen tussen de in die tijd op veel scholen en PABO's gebruikte Gehrels-methode en de Duitse Wandervogel of "Jugendmusikbewegung", waarvan de door Fritz Jöde verzamelde en uitgegeven liederen tijdens de tweede wereldoorlog met al dan niet aangepaste teksten terecht zijn gekomen in de zangbundels van de Hitlerjugend, het zingen op school verdacht te maken.
Dat leidde ertoe dat ons tijdens de didactieklessen duidelijk gemaakt werd dat zingen vooral niet dogmatisch gericht mocht zijn op "mooi" zingen; gewoon je gitaar pakken, een gezellig lied gaan zingen uit het toen vrij nieuwe kinderen voor kinderenrepertoire en wel zien wie er in de klas mee begon te zingen - je zong immers uitsluitend om kinderen iets over bijvoorbeeld de toestand in de wereld te leren of voor de gezelligheid - was de aanbevolen weg.
Gehoortraining? Handzingen? Belachelijk! Toen ik het idee opperde om het handzingen eens op elkaar uit te proberen, om aan den lijve te ondervinden hoe belachelijk of wellicht toch onverwacht nuttig dat handzingen eigenlijk was, werd mij dat niet in dank afgenomen; onze docent (ik zal zijn naam niet snel vergeten, maar hem hier achterwege laten) kon het namelijk zelf niet. Het resulteerde erin dat ik bij de adjunct op het matje moest komen, waar mij te verstaan werd gegeven dat mijn kritische houding niet op prijs werd gesteld en dat ik mij heel erg rustig moest houden omdat ik anders van de opleiding zou worden gestuurd.
Met het afserveren van het muziekonderwijs als "muziek"onderwijs kwam er in onze opleiding een nieuw soort specialisatie op: de muziekconsulent. Je kon dan vanaf de plaatselijke muziekschool onderwijzers m/v van zeg twintig basisscholen aansturen over hoe ze hun muzieklessen moesten inrichten. Lesmateriaal met veel kleurplaatjes en (toen nog) cassettebandjes moesten de muzikaal niet-slagvaardige onderwijzer uit de brand helpen, maar daar had hij eigenlijk de producten van Benny Vreden al voor. Sowieso heb ik eigenlijk nooit begrepen waarom je naar het conservatorium gaat als je eigenlijk een carrière als ambtenaar ambieert waarin je vanachter een bureau voor het muziekonderwijs ongeschikte onderwijzers (al zijn er uitzonderingen) mag aansturen met wat sneue projectjes. Maar het speelde goed in op de bezuinigingen in het onderwijs - die toen al in volle gang waren, hoewel nog niet zo zichtbaar desastreus als inmiddels is gebleken.

Dit was de situatie in 1982, toen ik afstudeerde. Na een aantal jaren op diverse scholen het muziekonderwijs te hebben verzorgd kwam ik, alweer ruim twintig jaar geleden, uiteindelijk terecht op het Vrijzinnig Christelijk Lyceum.
Een school met maar één nadeel: je wilt er nooit meer weg. Ik heb het er erg naar mijn zin.

We zijn in Nederland inmiddels heel wat onderwijsherzieningen verder, ik kan me niet herinneren dat één ervan een echte verbetering is geweest hoewel het invoeren van de basisvorming het vak schoolmuziek een statusverhoging heeft gegeven van "draai maar wat plaatjes" tot een vak met een leerplan en de tweede fase muziek in de eindexamenklassen heeft gebracht. Met overigens de merkwaardige beperking dat het natuurlijk geen vooropleiding mag zijn voor het conservatorium.
Mijn vak is er dan ook in de loop der jaren steeds leuker op geworden. Toch heb ik vaak geroepen: als de overheid een besluit zou willen nemen dat er écht toe doet, moeten ze het vak muziek in het voortgezet onderwijs afschaffen en de vakdocenten verplaatsen naar de basisschool, waar het vak muziek doorgaans op een bedroevend laag niveau gegeven wordt, áls het gegeven wordt. Zelf zou ik dat overigens niet prettig vinden: ik geef liever les aan de leeftijdsgroep 12-17-jarigen, maar uitgaande van het belang voor het onderwijs in het algemeen zou muziek in de basischool - gegeven door vakdocenten - een betere investering zijn. Goed muziekonderwijs wordt bij voorkeur vóór het negende jaar aangevangen wil het er echt toe doen en ook nut hebben om meer te vormen dan alleen de muzikaliteit. Als ik mijn brugklasleerlingen binnen krijg is er al een heleboel verloren en kan ik alleen nog proberen te redden wat er te redden valt.

Op 4 oktober 2014, veertig jaar na het verschijnen van zijn gebundelde columns, overleed dus Konrad Boehmer, de man met de twijfelachtige eer op zijn minst een bijdrage te hebben geleverd aan het afbrokkelen van het muziekonderwijs in Nederland. Al had hij de tijdgeest natuurlijk mee.
En op 24 oktober, zeg drie weken later, kondigt de overheid aan geld te gaan investeren in beter muziekonderwijs op de basisschool.

Leerlingen in het basisonderwijs krijgen meer en beter muziekonderwijs. Minister Bussemaker heeft met Joop van den Ende en het Oranje Fonds afgesproken dat ze gaan samenwerken om het muziekonderwijs op school een stevige impuls te geven. Het ministerie trekt er tot 2020 € 25 miljoen voor uit. Van den Ende zet zich samen met private partijen in om ook € 25 miljoen bijeen te brengen en een campagne te starten. Het Oranje Fonds spant zich in om het programma Kinderen Maken Muziek de komende drie jaar voort te zetten.

Da's mooi. Het is te hopen dat het resultaat snel genoeg meetbaar zal zijn om dit project voort te zetten, want in het algemeen zijn zaken sneller afgebroken dan opgebouwd.

Belcampo - een vergeten schrijver.

Ik leerde het werk van Belcampo (pseudoniem van de schrijver Herman Pieter Schönfeld Wichers, 1902-1990) kennen op school, door het verhaal "Het olografisch testament". Het was de opmaat voor meer, ik kocht de omnibus "Al zijn fantasieën" en las alles met veel plezier; en sommige verhalen herlas ik nog vaak daarna. Ik genoot van Belcampo's verhalen, waarin altijd iets wat waar zou kúnnen zijn, gecombineerd werd met iets volstrekt absurds, en - vond ik - vooral die bijzondere laatste zin, waarvan iedereen altijd roept dat H.P. de Boer er het patent op had.
Niets daarvan.
Wat dacht je bijvoorbeeld van het verhaal "Isaac van Asselt, een vergeten schilder", waarin je het gevoel hebt dat je een recensie aan het lezen bent van een ten onrechte onbekende schilder, tot de (in dit geval toevallig op één na-)laatste zin komt:

(...)anderzijds is het zijn plicht (die van de kunsthistoricus - GO) van gildeleden, die op verscheidene plaatsen met name worden genoemd, eens en vooral vast te stellen dat zij schilders van niets zijn geweest en hen voorgoed in de vergetelheid weg te stoten.

Of deze, waarin Belcampo zijn eigen aanvulling schrijft op het verhaal van de Ark van Noach:

Noach deed gelijk hem de Here bevolen had en al het gedierte des vijvers zwom uit en verspreidde zich, het wijfje bij het mannetje blijvend.

Ik kan nog wel even doorgaan, maar zal het kort houden met de slotzin uit "Het olografisch testament", waarin een notaris een testament moet tatoeëren op de naakte huid van een prachtige vrouw, een verhaal dat zonder één onvertogen woord te gebruiken, toch ongelofelijk erotisch is. Het verhaal eindigt ermee dat de notaris het niet kan laten 's nachts naar zijn eigen archief te sluipen en te kijken of het testament - de vrouw dus - er nog wel is:

voordat hij het wist lag notaris van Dalen in de armen van zijn akte. Zij legde de volle weelde van haar Oosterse lippenpracht op zijn dorre notarismond en hijgde hem toe: "Toen je me las voelde ik al, dat je me wou".

Bij deze drie citaten heb ik de bron er wel even bijgepakt, omdat ik het correct wilde opschrijven, maar als ik uit mijn hoofd zou hebben geciteerd zou het ook vrijwel foutloos zijn gegaan, terwijl het zeker dertig jaar geleden is dat ik het gelezen heb. Dat zegt misschien iets over mijn geheugen, maar volgens mij zegt het meer over de fascinatie die ik voor die verhalen had. En voor de prachtige zinnen, waarvan ik moet bekennen dat ik sommige daarvan nog weleens in gesprekken gebruik. Er is toch niemand die het ooit merkt, want wie kent er heden ten dage nog de schrijver Belcampo?
Eigenlijk was Belcampo huisarts en oefende zijn beroep uit in Bathmen van 1950 tot 1953. Van 1953 tot 1967 was hij studentenarts in Groningen en het verhaal gaat dat hij op zijn bureau twee potten met pillen had staan; in de ene pot zaten aspirientjes en in de andere "de pil". Vrouwelijke studenten kregen altijd één van de twee, voor mannen was er iets minder keus. Dat was voor die tijd toch behoorlijk vooruitstrevend; hij moet een erg fijne huisarts geweest zijn :-)
"Leven en laten leven" was zijn devies, uitgelegd in het boek "De filosofie van het Belcampisme". Jarenlang heb ik naar dit boek gezocht. In 1999 lukte het me eindelijk het te verwerven; ik moet het eerlijk gezegd nog lezen. Andere schrijvers en vooral andere filosofen waren inmiddels op mijn pad gekomen.
In Bathmen wordt Belcampo herdacht met het Belcampopad.

Het pad loopt naar de dorpskerk. Erg goed wordt het niet onderhouden: het ANWB-bord dat uit moet leggen wie Belcampo was moet nodig schoongemaakt:

Toen ik het bord vanochtend wilde fotograferen, had ik een rol keukenpapier bij me om wat vuil te verwijderen en de letters weer leesbaar te maken. Helaas, het bord stond zo opgesteld dat dat onmogelijk was: ik kon er niet bij.

Het is de plicht van de tand des tijds schrijvers als Belcampo langzaam in de vergetelheid weg te laten zinken. En het is de plicht van de ANWB daarbij niet al te veel in de weg te lopen en de zaken op zijn beloop te laten. Laissez faire.
Eigenlijk in overeenstemming met het Belcampisme.

Chi Coltrane

Gisterenavond zag ik haar weer bij Opium: Chi Coltrane.

Ooit was ik een fan; nou dat is misschien wat overdreven. Maar wie was er indertijd niet overdonderd door "Go Like Elijah"?
En dan het filmpje - de videoclip alszodanig was nog niet uitgevonden, maar ze wisten hoe ze Chi moesten marketen voor op zijn minst het mannelijke deel van het publiek.

Ja, ik was wel onder de indruk, wellicht zelfs "een beetje verliefd", maar ik was natuurlijk pas 15 jaar oud. Ik kocht de LP - daar moest ik nog behoorlijk voor sparen - en constateerde tot mijn teleurstelling dat de overige nummers nogal tegenvielen. Behalve misschien nog het laatste nummer van kant 2, "The Wheel of Life", dat wel appelleerde aan mijn filosofische inslag. Muzikaal als ik was hoorde ik natuurlijk ook wel dat ze wel erg snel naar haar kopstem doorschakelde als de noten wat hoger werden, maar ik had het geld nu eenmaal uitgegeven en probeerde met die twee nummers en de hoes waarop nog altijd haar foto stond mijzelf wijs te maken dat het een goede koop was.

Toch heb ik de tweede LP maar niet meer gekocht; de recensent van de Muziek Express constateerde hetzelfde bij Chi's stem in de hoogte als ik bij "The Wheel of Life" al had gehoord, dus ik dacht: "hij zal bij de rest ook wel gelijk hebben". En hij was niet enthousiast.
Daarna werd het stil rond Chi.

In 2009 trad zij op in het Haagse Paard. Natuurlijk heb ik er even over gedacht. 's Morgens was ze op de radio, met "Go Like Elijah". Tenenkrommend vals, eigenlijk onaanvaardbaar. Ik weet als koordirigent natuurlijk dat je stem 's morgens niet is wat-ie later op de dag kan zijn, maar je bent een pro of je bent het niet. Ben niet gegaan; ik hoef allang niet meer te sparen voor een kaartje, maar ik kan mijn geld wel beter besteden.
Weliswaar zong ze het bij VPRO's Vrije Geluiden in dat jaar minder vals, maar het pianoritme klonk als een moeizaam voortsukkelend paard en het maathouden ging haar bij het zingen niet al te best af. Het leek eigenlijk wel of ze ernstig teveel gedronken had.
Sommige fans hebben kennelijk geen filter en schrijven dan enthousiast

Maar oud wil nog niet zeggen versleten. een echte Chi Coltrane stem". (Peter Jansen)

anderen, duidelijk van een latere generatie,

wat is hieraan goed ze kan niet eens zingen. Pouya1115, 4 years ago

En gisteren was ze dus bij Opium; ze opende met "You Were My Friend". Ook zo'n oude hit, ze schijnt sinds 1973 niets van betekenis meer te hebben gemaakt.
Naar aanleiding van haar optreden in 2009 bij Vrije Geluiden stond dit nummer op YouTube.
manga4774 (whoever she may be) schreef in het commentaar 2 jaar geleden terecht:

she was my friend.

Juist; einde oefening.
Voltooid Verleden Tijd.
Ik heb "Opium" uitgezet voor Chi de kans kreeg met de beloofde uitvoering van "Go Like Elijah" het laatste stukje van de illusie aan diggelen te gooien.

Overigens moet ik de plaat nog ergens hebben...

Compositiewedstrijd NBE: Oost west THUIS niet best.

Het Nederlands Blazers Ensemble organiseert met BNN-VARA een compositiewedstrijd voor jonge componisten. Donderdag 16 oktober was het voorrondeconcert West in het Haagse Koorenhuis.

Het gebouw waar ik als 19-jarige zelf ben begonnen als muziekstudent toen het Koninklijk Conservatorium er nog in zat. Ik loop altijd wat weemoedig door het gebouw heen als er iets cultureels te beleven is. Het gebouw aan de Juliana van Stolberglaan dat ervoor in de plaats kwam - de verhuizing vond tijdens mijn derde studiejaar plaats - was van meet af aan niet het gebouw waar je je als muziekstudent kon laten inspireren, met die kleine en vooral te lage kamertjes en de in moderne goed-geïsoleerde gebouwen noodzakelijke airco.

Maar voor je door deze ingevoegde mijmering het gevoel krijgt dat ik in de vroeger-was-alles-altijd-beter-fase van mijn leven ben aangekomen: er loopt tegenwoordig heel wat jong talent rond. En dat kon je horen tijdens dit concert, waarin 15 jeugdige componisten tussen de acht en achtien jaar hun werk, gecomponeerd rond het thema "Oost west THUIS niet best" mochten laten horen. Bijna steeds zelf gespeeld, al dan niet met medewerking van (leden van) het jongNBE.

De eerste compositie was al meteen raak: "Die Mauer" van de 17-jarige Florian van der Reijden. Een interessant stuk, Florian zelf aan de piano, met aandacht voor de articulatie van zijn thema, het jNBE erbij, aangevuld met vier strak uitziende zangeressen, die - enige minpuntje - vocaal helaas niet tegen het orkest opgewassen waren.
Andere stukken die ik in ieder geval interessant vond om naar te luisteren waren "Een opengesteld domein" van Pol van den Berg, met bijzondere toonladders in de fluitpartij, die mij in ieder geval deden denken aan de etudes van Harald Genzmer, die ik vroeger toen ik zelf nog fluit-ambities had, heb gespeeld. Het stuk "In Cee" van Karmit Fadael was ook heel apart; en dat geldt mogelijk ook voor de bepaald niet op haar mondje gevallen Karmit zelf, die de enige kandidaat was die uit zichzelf uitgebreid over de achtergronden van het te beluisteren werk wist te vertellen. Daardoor wist ik ook dat op de tape, die met de compositie meeliep, fragmenten te horen waren van een geschiedenisles op de middelbare school van Karmit die zij stiekem heeft opgenomen. Erg eigentijds dus ;-) Helaas, werd tijdens de uitvoering de tape volgens mij iets te hard afgespeeld in verhouding tot de rest van de compositie.
Casper Groep was met zijn acht jaar de jongste kandidaat met een bijzonder werk, "Avatsjinskaja sopka". Kennelijk heeft Casper ook vorig jaar al meegedaan en gewonnen want zijn compositie van vorig jaar is dit jaar tijdens het nieuwjaarsconcert van het NBE uitgevoerd geworden. Dat heb ik helaas gemist. Ook nu had Casper een origineel werk.

Alle andere kandidaten hadden eigenlijk minder experimenteel werk, met uitsluitend traditionele melodieën en harmonieën. Niks mis mee, natuurlijk, en het is eigenlijk al bewonderenswaardig dat je op die leeftijd met componeren bezig bent. Ik was op die leeftijd zover nog niet en over mijn composities die ik nu af en toe maak praat ik liever niet hardop: zo geweldig zijn ze in het algemeen niet.

Één titel wil ik graag nog noemen: het werk "Laura's Kleurplaat" van de elfjarige Tom Kraan. Hier vond ik vooral de titel origineel, omdat die mij deed denken aan Jurriaan Andriessens muziekpedagogische werkjes als "Kathenka's Muziekboek" en "Roger's Sonatine".

Tussen al dit jeugdig gecomponeer zaten toch twee zaken die er wat mij betreft eigenlijk niet inhoorden: Lidewij Loot's "Storm", meer een singer-songwriter-stuk, overigens erg goed uitgevoerd en vooral heel sterk gezongen, maar naar mijn idee niet thuishorend bij een concours als dit. Dat de jury daar anders over dacht is duidelijk, want Lidewij is één van de zes kandidaten die meemag naar de volgende ronde en haar lied met hulp van één van de arrangeurs mag bewerken voor het NBE. Ik ben erg benieuwd naar de meerwaarde die het lied daarmee gaat krijgen, want het kan natuurlijk in een nieuw jasje heel interessant worden.
Het jeugd-popkoor "'t Koggeschip" uit Amsterdam met "Samen wij" vond ik echt een miskleun. Met Ciske de rat-achtige jongetjes die de lead zongen en vooral de tegenwoordig obligate Marco Borsato/Ali B-rap in de middle-eight moest er toch een knieval gemaakt naar het "gewone" publiek. Dat lijkt mij onnodig: ook de jonge componisten die wat minder "origineel" gecomponeerd hadden, lieten alleen al door het feit dát zij componeerden - maar ook door het niveau waarop zij hun eigen composities zelf speelden - horen dat zij wel wat gewend zijn. Ik noem hier het werkelijk vertederende strijktrio MaPoLo (elf, negen en elf jaar oud), dat met "Music in home" gewoon een ontzettend leuk stukje gemaakt heeft en dat ook goed wist uit te voeren. Je kunt horen dat deze kinderen vaak na school lekker met elkaar gaan musiceren, zoals anderen wellicht met elkaar gamen (en ook daar is niets mis mee). Aangezien het publiek voor een groot deel bestond uit trotse ouders, die hoogst waarschijnlijk de omstandigheden gecreëerd hebben waarin die talenten zich konden ontwikkelen, geloof ik dat het niveau van het publiek wel min of meer bepaald was en dat je de mensen niet hoefde te "sparen".

Na de pauze speelde het jNBE zelf. Prachtige muziek en goed uitgevoerd. Het viel me weer eens op hoe prachtig die blazers met elkaar mengen en wat een heerlijke klanken er kunnen ontstaan, vooral als het koper ook zacht weet te spelen, de hoornist en de trombonist met name dwongen bij mij op dit punt echt respect af. Jammer dat er af en toe naar een elektrische basgitaar werd gegrepen ipv de contrabas; de basgitaar stond vooral te hard afgesteld, was dat nou nodig?. En ook hier meende de programmamaker weer een knieval te moeten maken en voor het publiek te moeten bepalen dat er ook "iets leuks" bij moest zitten. De showstopper was het stuk "Ich bin 99", een arrangement van Evert Josemanders, waarin "99 Luftballons" van Nena en "Ich bin wie du" van Marianne Rosenberg aan elkaar gelast waren. Bij "Ich bin wie du" barstte het feest der herkenning weer los en mocht de zaal meeklappen. Hoe storend ik dat normaal ook vind, nu kwam het wel goed uit, ook omdat de prachtige blazersklanken waar we in de daarvoor gespeelde werken van mochten genieten, er hoe dan ook niet meer waren en er alleen nog een schel getoeter van de ooit zo populaire melodie overbleef.
Erg zonde.

Tasso bij het Nationaal Toneel.

Woensdag 10 september zag ik de try-out van Tasso bij het Nationaal Toneel. Naar het toneelstuk Torquato Tasso van Goethe.

Over deze voorstelling schreef ik een recensie, die op mijn Goethewebsite te lezen is.

Groeten van Mars

Een heel ander soort vakantie-kaartje hè?
Grapje, op vakantie ben ik naar Oostenrijk en Italië geweest, niet naar Mars. Maar ik vind dat we de ruimte in moeten en eigenlijk - om te beginnen - vooral naar Mars.
Al blijf ikzelf liever thuis; het Leven begint weliswaar ergens buiten je comfort-zone, maar als kind al vond ik astronaut worden toch een te hoog risico. Daarom besloot ik dat ik liever sterrenkunde wilde gaan studeren en het heeft er tot een half jaar voor mijn eindexamen ook serieus naar uitgezien dat ik dat zou gaan doen.
Het werd uiteindelijk muziek, sterrenkunde is nu nog steeds een hobby. Die trouwens steeds interessanter wordt met al die exo-planeten, planeten buiten ons eigen zonnestelsel, waarvan er geregeld weer nieuwe ontdekt worden.
Dus toen ik de poster zag van de expositie "Buitenaards - de jacht op planeten" in het Teylers Museum wilde ik daar wel naar toe.
Eerst even over de mooie poster. Hier is-ie (links), en let op het origineel (rechts).

Zoek de verschillen :-)

Het Teylers Museum is werkelijk een prachtig museum, maar de expositie was helaas een beetje kinderlijk. Vrij veel over de ontdekking van de planeten, weinig tot niets over exoplaneten. Toegegeven, het kind in mij kon het foto-moment bij de Mars-achtergrond niet negeren :-). Ook was er een hoekje sciencefiction. Hou ik ook wel van, maar het was toch vooral Star Wars. Had dat nou maar gewoon weggelaten.
Er waren ook wel wat pareltjes. Zoals het piepkleine Mars-meteorietje. Wat fraaie historische telescopen. Een aantal fraaie originele historische boeken over astronomie, mocht je helaas niet aankomen. Daarbij ook Flammarion's "De Wonderen des Hemels" uit 1884.
Dit boek heb ik. Ik weet eigenlijk niet eens hoe ik eraan kom, ik zal het als vijftienjarige wel van iemand gekregen hebben die ervan af wilde en wist dat ik van boeken in het algemeen en boeken over sterrenkunde in het bijzonder hield. Op een gegeven moment had ik het ineens. Echter: het is zo oud, de eerste eigenaar van mijn exemplaar, ene H.r. Schippers, schreef er de datum "Februari 1923" in, dat er veel zaken instaan die allang achterhaald zijn. Dat viel me veertig jaar geleden al op toen ik door dat mij net in de schoot geworpen boek bladerde, dus ik heb er meerdere malen over gedacht het boek weg te doen - het is nogal een dikkerd en er stonden toch fouten in?.
Nu ben ik blij dat ik het bewaard heb.
Na thuiskomst uit Haarlem gelijk met de ladder naar de allerbovenste plank van mijn boekenkast, waar Flammarion lag. Onder een dikke laag stof, al jaren niet bekeken.
De tekst is eigenlijk zo slecht niet, valt me nu op. Natuurlijk is bijvoorbeeld Pluto nog niet ontdekt (dat was pas in 1930) en hebben Jupiter en Saturnus aanzienlijk minder manen dan inmiddels is gebleken. Maar Flammarion onderschat zijn lezers bepaald niet als hij uitlegt hoe de natuurkrachten werken. En er staan hele mooie platen in, die het boek nog steeds waardevol maken.
De tekeningen van de maankraters kunnen misschien niet tippen aan die van Tjomme de Vries, waarover Henk Nieuwenhuis in Februari van dit jaar nog een artikel in Zenit publiceerde, maar het viel mij toch vooral op hoe sommige van die oude platen de fantasie weten te prikkelen, veel meer dan de moderne fotografie.
Bijvoorbeeld de plaat van William Herschel met zijn zus Caroline, die door het Teylers voorzien werd van het commentaar "William en Caroline Herschel aan de telescoop", staat in Flammarion als "William Herschel, de planeet Uranus ontdekkend".

Door een telescoop kijken en dan gewoon een nieuwe planeet ontdekken, is dat niet een jongensdroom? Ook al ging het in werkelijkheid waarschijnlijk iets anders en gaat het in ieder geval tegenwoordig met die exoplaneten, die alleen indirect waar te nemen zijn, heel anders.
Er staan ook nog platen in van "Newton, de algemeene aantrekkingskracht der stof ontdekkend" (de beruchte appel) en "Le Verrier, de planeet Neptunus ontdekkend".

De romantiek van de wetenschap.
Schitterend, ik geloof dat ik daar als kind voor gevallen ben.

Syndicate content