The Art of Life is dying young...as late as possible!

Welkom op mijn homepage!

Deze website gaat vooral over mijn alledaagse zelf, de Flesh-and-Blood Person, "Familienvater" en Levensgenieter IRLKA George Overmeire - "The Bright Side of Life".
Tevens is deze website het Centraal Station van "Mijn Web": de mij toegewezen uithoek van het WorldWideWeb, waaraan ik - "Reaching toward Infinity" - sinds 1999 weef.
Zo is deze homepage ten eerste de verbinding naar de website van mijn alter ego Kuehleborn - "The Geek Side of Life"; een weblog over het vinden, filteren, organiseren, transformeren en uitwisselen van kennis ("Shih: The aesthetics and beauty of knowledge"), over sciencefiction, Computer Music en uiteraard over Kuehleborn's natuurlijke habitat, het Web.


Maar ook kun je vanaf deze website doorklikken naar mijn websites over mijn beroepsmatige activiteiten als koordirigent, als muziekleraar (momenteel in renovatie) en als musicoloog, meer in het bijzonder mijn onderzoek rond de Duitse operacomponist Albert Lortzing. Mijn doctoraalscriptie musicologie uit 1989 over fluitist-componist-fluitbouwer Louis Drouet staat ook online, maar wordt niet meer bijgewerkt - al zijn er soms ontwikkelingen waardoor ik mij graag weer eens met dit onderwerp zou bezighouden. Helaas: Tijd is Prioriteit.
Tenslotte linkt deze homepage naar websites over zaken waar ik ook graag over meepraat en -schrijf, maar die wegens tijdgebrek niet altijd even goed worden bijgehouden. Mijn weblog over kunst, waarop ik recensies van theatervoorstellingen, films en gelezen boeken schreef, zal gaandeweg geïntegreerd worden met deze website en uiteindelijk verdwijnen. Mijn websites over Goethe, de cultuur van het Biedermeier, het transhumanisme, het cryonisme, de kolonisatie van de ruimte, en het libertarisme, meer in het bijzonder het (niet-randiaanse) objectivisme zijn min of meer actief.
De website "Muziektheater - van Singspiel tot Operette" en de website van mijn alter ego Seòras - "The Meaning of Life"; over Keltische en middeleeuwse christelijke cultuur, zijn tot nu toe blijven steken in fase I, wachtend op betere tijden.
Het komt er eigenlijk op neer dat alles wat niet thuishoort op één van bovengenoemde websites, maar te lang is voor een tweet of een status-update op FB of Google+, hier een plek zal vinden.

The Trilogy

Another damned thick book! Always scribble, scribble, scribble! Eh, Mr. Gibbon? - Toegeschreven aan Prince William Henry, Duke of Gloucester and Edinburgh, 1781", bij het in ontvangst nemen van deel 2 of 3 van "The History of the Decline and Fall of the Roman Empire".

Op 16 maart 2009, vandaag bijna zeven jaar geleden, begon ik te lezen in "Quicksilver", deel 1 van Neal Stephenson's magnum opus "The Baroque Cycle". Een jaar daarvoor had ik, na een worsteling van ruim twee jaar, Stephenson's "Cryptonomicon" uitgelezen en inmiddels had ik de drie dikke delen van de Baroque Cycle - meer dan 1000 pagina's per deel - al bij de American Bookshop zien liggen. Hele stapels, zowel hardcover als paperback. Zouden ze die ooit allemaal verkocht hebben? (En: zouden ze allemaal ook daadwerkelijk uitgelezen zijn?)
Ik wist gelijk dat ik ze ook wilde, nee: móest lezen, maar ook zag ik er tegenop: 3 delen, ieder op zich nóg dikker dan Cryptonomicon en waarschijnlijk - Stephenson kennende - minstens even complex. Maar uiteindelijk was de verleiding te groot; ik kocht deel één bij de American Bookshop in Amsterdam, toen nog in de Kalverstraat, en begon buiten voor de winkel al te lezen.
Ik kan toch aardig snel lezen - al zeg ik het zelf - maar dit deel heeft mij in totaal drie jaar gekost. In het begin kwam ik maar moeilijk op gang. Tussendoor ging ik ook nog af en toe vreemd met andere boeken. Maar toen ik van de Treeware (de paperback-) versie overstapte naar het Ebook, wat het opzoeken van mij onbekende Engelse woorden - zéér noodzakelijk vanwege Stephenson's gedetailleerde manier van schrijven - een stuk gemakkelijker maakte, schoot ik er doorheen. Na een time-out van een jaar, waarin andere boeken vooral dienden om mij te overtuigen van de grootsheid van Stephenson - een soort "buiten honger krijgen, thuis komen eten" - begon ik opgewekt aan deel twee.
Een half jaartje had ik nodig om dit deel door te werken, hoewel het voor mij, vanwege vele economische verwikkelingen in de verhaallijn, waar ik niet zo veel mee heb, een stuk pittiger was om te begrijpen. Dat heeft mij overigens niet weerhouden van mijn slechte gewoonte tussendoor af en toe wat andere lectuur mee naar huis en eventueel mee naar bed te nemen.
Ik nam vervolgens de zeer ruime periode van twee jaar om de aanloop te nemen voor het slotdeel. Ondertussen vlinderde ik gewetenloos van het ene naar het andere boek. Aan onthouding doe ik niet, want er zijn natuurlijk nog meer goede schrijvers dan alleen Stephenson en bovendien zou ik met het uitsluitend lezen van zulke dikke pillen nooit de mijzelf opgelegde doelstelling van minstens 40 boeken per jaar in de Goodreads Reading Challenge halen.
Op 29 augustus 2015 begon ik aan deel drie. De op het internet (vooral WikiPedia en GoodReads) beschikbare samenvattingen van de drie delen (deel 1: redelijk uitgebreid en gedetailleerd, deel 2: ietwat summier en deel 3: niet) geven aan dat wereldwijd vele lezers er tijdens het traject de brui aan hebben gegeven. Zelfs tijdens dit magistrale derde deel ben ik niet geheel monogaam gebleven en heb nu en dan openlijk met andere boeken een bevredigend tussendoortje beleefd. Maar ondanks mijn losbandige leesgewoontes heb ik vandaag, 6 maart 2016, bijna zeven jaar na het openslaan van deel één (en ongeveer even lang als Stephenson deed over het schrijven van de Cycle) de finish op pagina 1081 gehaald.

Wat een boek.
Want, al is het opgesplitst in drie delen - overigens later, kleinere porties, zelfde menu, opnieuw uitgebracht in acht delen - het is natuurlijk eigenlijk één groot complex verhaal, met vele sub-plots en ideeën. Je moet dus echt voor de hele serie van >3.000 pagina's gaan.

Het was het waard, maar moet het allemaal zo lang? En vooral, waarom komen er steeds meer trilogieën?

Ooit las ik "Lord of the Rings", de trilogie van Tolkien. Als je Lord of the Rings leest, moet je eigenlijk ook "The Hobbit" doen, dus het is wellicht meer een tetralogie.
Daarna "Requiem for Homo Sapiens" van David Zindell, die ik eigenlijk ook als een tetralogie beschouw, omdat "Neverness" er als prequel bij hoort. Deze boeken (van Zindell, wel te verstaan) hebben overigens mijn denken zéér beïnvloed.

Daarna dus "The Baroque Cycle". Ik vond het (nogmaals) adembenemend, absoluut. Inmiddels ben ik gelijk na het afvinken van "The System of the World" (deel 3 van de trilogie) op mijn "currently reading"-list bij GoodReads maar verder gegaan met deel twee uit de "Golden Age" Trilogy van John C. Wright. Deel 1 heb ik een tijdje geleden al uitgelezen en dat was goed, dus ik maak het maar af - denk ik. Het is gelukkig een stuk dunner dan Stephenson's boeken.

Nog meer trilogieën? Jawel, ik heb ook Hannu Rajaniemi's "Jean le Flambeur" series en Ramez Naam's "Nexus" trilogie gelezen. Voor de laatste twee trilogieën geldt dat het eerste deel steeds het beste was en de auteurs leesbaar moeite hadden de originaliteit en de spanning van deel één door te zetten in de sequels.

Meer is helaas niet altijd beter. Dus de Red Rising trilogie van Pierce Brown, waarvan ik deel één met redelijk plezier gelezen heb (al herkende ik "The Hunger Games" - overigens óók een trilogie - erin, zonder dat ik ooit "The Hunger Games" heb gelezen), ga ik maar niet meer aan verder. Noem het bindingsangst; ik wil me niet meer te lang met hetzelfde boek, hoe mooi geschreven ook, bezig hoeven te houden.

Gek van jou - een LHTB-koren tripelconcert.

Op zaterdag 31 oktober jl zag ik in het Spuitheater vrouwenkoor "De Heksenketel", homomannenkoor Vox Rosa en herendubbelkwartet Mannenkoorts een tripelconcert verzorgen met als thema "Gek van jou".

Er zijn waarschijnlijk veel redenen te verzinnen om zo'n gezamenlijk concert te geven, zoals ruimere financiële middelen, waardoor je zo'n mooie zaal kunt huren en hem met je gezamenlijke publiek ook redelijk gevuld kunt krijgen, of de oorspronkelijke achtergrond van de koren, die voor alle drie - hoewel niet meer heel orthodox - in de LHBT (LHTB = Lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender mensen)-sfeer ligt. De reden die in het voorwoord van het programmaboekje werd opgegeven is:

(...)Daarnaast vinden we het moeilijk om mensen van andere culturen, religies of seksuele geaardheid te accepteren: hoe stel je je op tegenover mensen die anders denken, voelen en zijn?

Een mooie vraagstelling, die wat gewicht werd meegegeven door het vertonen van een kort filmfragment over de LHBTI-activist (de "I" staat voor interseksueel) Diadji uit Senegal, die in het kader van het project Shelter City afgelopen zomer in Den Haag verbleef.
Maar uiteindelijk was het thema "Gek van jou" natuurlijk gewoon een excuus om vele liederen over vriendschap en liefde te zingen en daar zijn er gelukkig nogal wat van.

Ik moet omwille van de objectiviteit bekennen dat ik enige jaren dirigent ben geweest van Vox Rosa. Dat was een ontzettend leuke tijd en ik heb in die tijd ook nog wat arrangementen voor ze gemaakt. Mijn arrangement van de Queen-klassieker "Too Much Love Will Kill You" (door Brain May geschreven) werd tijdens dit concert uitgevoerd. Leuk om dat weer eens terug te horen en het werd ook goed gezongen, hoewel de hoge noten op het eind niet zo goed uit de verf kwamen als de bedoeling was; de tenoren die ik bij Vox Rosa beschikbaar had toen ik het arrangement schreef zaten nu in de zaal (het was eigenlijk ook een soort reünie!) en helaas zijn er niet voldoende verse eerste tenoren voor in de plaats gekomen - een veel voorkomend probleem. Vox Rosa maakte dat echter ruimschoots goed met hun versie van "Rise Like a Phoenix", waarmee Conchita Wurst (alias van Thomas Neuwirth) in 2014 het Eurovisie Songfestival won. Het arrangement van dirigente Nicolette Heerema was op maat van de vocale mogelijkheden van Vox anno 2015 geschreven en de geweldige aankleding liet iedereen hopelijk weer inzien dat het Engelse woord "gay" - tegenwoordig vrijwel steeds in de betekenis van "homoseksueel" gebruikt - oorspronkelijk (en eigenlijk nog steeds) "vrolijk", "levenslustig" betekent.

En dat was nodig, want dat laatste aspect ontbrak een beetje tijdens dit concert, waarbij Mannenkoorts als vertrouwd de sterren van de hemel zong, maar wel íetsje te netjes, al wisten ze aan "Ich will keine Chocolade" van Trude Herr - ook een arrangement van mij - een leuke vormgeving mee te geven. Heksenketel zong in ieder geval veel zuiverder dan toen ik ze jaren geleden voor het laatst hoorde (in een kleine samenwerking met Vox Rosa), maar was nog wat weinig flexibel in ritme en dynamiek. En Vox Rosa, nou ja, die heb ik in dit stukje al iets meer aandacht gegeven dan de andere twee koren omdat het nu eenmaal een oude liefde betreft.

Bram Meijer, oud-lid van de beide mannenkoren en tegenwoordig gewaardeerd zanger in één van mijn huidige koren (Kwasi Kloos) deed de presentatie improviserend, waardoor het speels en ontspannen bleef.

Het slagen van het concert was niet in het minst te danken aan het geweldige combo met zonder uitzondering voortreffelijke musici: pianiste Luba Podgayskaya (vaste pianiste van Heksenketel) en contrabassist James Oesi (die af en toe de ontbrekende 2e bas van Mannenkoorts - het octet heeft een vacature en is op dit moment dus een septet - op zijn contrabas invulde) speelden hun partijen met absolute verve. Olaf Tarenskeen verdient een compliment omdat hij op het allerlaatste moment Simon Sawai verving. Maar mijn grootste respect is voor slagwerker Emil Emilsson, die met een vrij klein drumstel steeds een interessante slagwerkpartij wist te realiseren, met precies het juiste volume, zonder de koorzang weg te drukken.

Uilenworkshop - zonder Moonlight.

Ooit kocht ik een knuffel-uil.

Het had wat mij betreft bij die ene mogen blijven, maar de hobby - want laat ik het toegeven, dat is het inmiddels - zette zich voort zonder dat ik er iets voor hoefde te doen. Van alle kanten werden en worden mij uilen, kaarten van uilen, sleutelhangers van uilen, thee-mokken met uilen-print en wat heb je nog meer aangeboden. Mijn meest recente aanwinst is een paraplu met uilenprint.

En zo kreeg ik dit jaar van mijn dochters, uitgekeken op het kopen van wéér een boek of nóg een fles whisky, een uilenworkshop voor mijn 57-ste verjaardag cadeau. Dát is nog eens een origineel idee!

Dus op 16 oktober trok ik met Marit - die als toeschouwer en huisfotograaf meemocht - naar de Valkerij Manege in Berkel en Rodenrijs voor de "Moonlight Workshop met Uilen". Het maanlicht moesten we er zelf bij denken, want dat was er niet, maar wel mocht ik vijf verschillende uilen vasthouden. Nou ja, het zijn in het echt natuurlijk géén knuffeldieren, dus je mocht hem op de handschoen hebben en van dichtbij in de ogen kijken.

Zoals je kunt zien zat de uil vast en kon er niet veel gebeuren. Maar van zo dichtbij zie je ze normaal natuurlijk nooit en het waren vijf verschillende typen uilen, variérend van de vrij grote (en zware) Melk Oehoe (bijna twee kilo, dat lijkt niet veel, maar je mocht er een behoorlijke tijd mee staan en dan gaat-ie toch aardig doorwegen), een Europese Oehoe, een Bengaalse Oehoe, een Kerkuil tot een héél klein uiltje, de Braziliaanse Dwerguil.

Hoogtepunt van de avond was het "vliegen" met uilen.
De uil vloog van de een naar de ander, gelokt door een stukje vlees dat hij na landing op de handschoen krijgt. Bij de eerste uil (dezelfde oehoe die ik hierboven op de handschoen heb) mocht je dat zelf tussen zijn snavels duwen - dát vond ik wel spannend, altijd bang voor mijn vingers! Maar #2, de Afrikaanse Melk Oehoe - wellicht nog iets minder getraind (of te gevaarlijk, dat weet ik niet), werd gelokt met een stukje vlees ín de handschoen.

Hier zie je de foto met mij (let op de lichtgevende laarsjes; net die middag gekocht om in het drassige grasveld te kunnen staan. Flitsen terug bij fotograferen ;-) als een echte valkenier in actie:

Milky komt aanvliegen, uiteraard totaal niet in mij geïnteresseerd, maar in dat stukje vlees, dat - heb ik weer - iets te diep was weggezakt in mijn handschoen, zodat het dier nerveus met zijn snavel in mijn handschoen moest gaan zitten wroeten. "Waar is dat rotstukkie vlees nou", zal hij gedacht hebben, ondertussen hitsig met zijn vleugels in mijn gezicht slaan en driftig kopjes geven in de ruimte tussen duim en wijsvinger.

Heerlijk! Zo intiem ben ik nog nooit met een uil geweest! :-)

De valkenier die de workshop leidde bracht uitkomst en viste het vleesje uit mijn handschoen en stopte het handmatig in de bek van de uil. Die vervolgens nog lekker lang op mijn hand bleef zitten voor hij weer terugvloog naar de deelnemer aan de andere kant van het veld.

De avond was gepland tot 21.30 uur, maar voor we het wisten was het 22.00 uur. Wat een fantastische avond!

I'm a Musicologist

FaceBook weet alles van je.
Zo weten ze kennelijk van mij dat ik musicoloog ben.
Niet het meest spraakmakende wat ik doe; ik heb er weliswaar voor gestudeerd, maar er is geen droog brood in te verdienen. Dus ik doe het niet voor mijn beroep. Mijn bezigheden als koordirigent en muziekleraar stellen me in staat mij als musicoloog bezig te houden met een voor het grote wereldgebeuren volstrekt irrelevant onderwerp.
:-)

Deze reclame-op-maat kreeg ik deze week via mijn FB-newsfeed binnen:

Normaal skip ik de reclame, maar deze advertentie trok natuurlijk mijn aandacht; rare jongens die musicologen.

Een belangrijke regel op het internet is: wat je ook leest, sla in ieder geval de commentaren over. Dat deed ik nu niet, ik had nog ergens twee minuten tijd over, en ik besloot eens te kijken wat er over het opschrift op deze trui te zeggen was. Zoals te verwachten kwamen de meeste commentaren niet verder dan "LOL", "That's me" en andere "ik ben, dus ik like"-icoontjes.

Blessed is the man who, having nothing to say, abstains from giving wordy evidence of the fact. – George Elliot.

Maar tussen al dit gebabbel stond daar het commentaar van ene Alysia Christina Raine, whoever she may be:

I don't know if this is an accurate description of musicologist. Having actually studied musicology, I'd say, 'I study things that most people don't care about and can't even comprehend.'

Het is een mooi vak, de musicologie. En ik geloof in de waarheid van Alysia's spreuk: mijn onderzoek (het heeft iets met de Duitse operacomponist Albert Lortzing te maken) pretendeert een missing link in de muziekgeschiedenis aan te gaan tonen, maar zal, als ik het ooit ga afronden en mijn boek ga publiceren, de muziekwetenschap niet aan het wankelen brengen. Wellicht zullen de andere circa 60 - 100 Lortzingkenners wereldwijd er welwillend kennis van nemen, maar de rest van de wereld weet sowieso nauwelijks wie Lortzing was en zal het verder dan ook een zorg zijn.
Maar je moet voor je hobby durven uitkomen: met Alysia's spreuk, en de afbeelding van mij bij het Albert Lortzingbeeld in de Berliner Tiergarten erop, wil ik die trui wel dragen.

Tischbeins "Goethe in der Campagna"

Het beroemde schilderij "Goethe in der Campagna" uit 1787 van Johann Heinrich Wilhelm Tischbein, waarop Goethe staat afgebeeld

(...)als Reisender, in einen weißen Mantel gehüllt, in freier Luft auf einem umgestürzten Obelisken sitzend, vorgestellt werden, die tief im Hintergrunde liegenden Ruinen der Campagna di Roma überschauend.
- Goethe's dagboek van 29 december 1786

ben ik bij toeval afgelopen maand twee keer in een bijzondere parodie tegengekomen.
Allereerst: het oorspronkelijke schilderij, met dank natuurlijk aan het artikel van Wikipedia, waar het schilderij ook beschreven wordt:

De Goethe-vraagbaak bij uitstek, Das Goethezeitportal, heeft een groot artikel met afbeeldingen "Goethe-Motive auf Postkarten: Tischbeins 'Goethe in der Campagna'."
In mijn kerstvakantie was ik in Freiberg, voornamelijk om een dag later in Annaberg-Buchholz naar de wereldpremière van Albert Lortzing's "Andreas Hofer" te gaan luisteren. Toen het rond etenstijd was, bleek het restaurant van mijn keuze helaas ook de keuze van teveel andere Freibergers en dus vol. Daarom week ik uit naar "PUBagai", een kroeg met Ierse aankleding waar ik een eenvoudige en toch smakeloze maaltijd at. De teleurstelling over vooral het minder gezellige restaurant werd ruimschoots goedgemaakt omdat aan de muur een promotie-spiegel voor het biermerk Köstritzer Schwarzbier hing, met een knipoog naar Tischbein's Goethe-portret:

Links onderin een tekst waaruit zou moeten blijken dat Goethe een bierdrinker is geweest, met een voorkeur voor het soort bier dat Köstritzer brouwt. Ik heb altijd gedacht dat hij meer van een goed glas wijn dan van een biertje hield, zoals blijkt uit het leuke boek van Boudewijn Büch "De Goethe-industrie", waarin Büch op pag 32-35 de literatuur over "Goethe en de wijn" bespreekt, maar Goethe is natuurlijk gebruikt om van alles en nog wat te rechtvaardigen, dus waarom zou een bierbrouwer zijn graantje niet mee mogen pikken?

Volgens Jan Klompmaker met het internet-alias "Epicurist" op een Google-forum over drank, dronk Goethe 1 a 2 flessen wijn per dag. Waar hij deze informatie vandaan heeft is wat schimmig, maar als Köstritzer omwille van de handel de bron achterwege mag laten, mag de zelf benoemde Epicurist het ook. Opvallend na het vermelden van dit in ons geniet-maar-drink-met-mate-tijdperk shockerende feit is dan Klompmakers vaststelling:

Een eigenlijke drinker was Goethe zeker niet; (...)

die ongetwijfeld is gebaseerd op verouderde opvattingen over wanneer je alcoholist bent.

Het drinken van drie biertjes per dag wordt nog niet als alcoholisme gezien. Wel kan het een fase zijn op weg naar verslaving. Gemiddeld een op de twaalf mensen die dagelijks alcohol drinken raakt er aan verslaafd.
Als norm voor schadelijk geldt 21 standaardglazen per week voor mannen en 15 glazen per week voor vrouwen. Voorwaarde is wel dat in die week twee dagen geen alcohol gedronken wordt.
-bron: wikipedia.

Tja, de tijden zijn veranderd.
Ik moet mij overigens wel verontschuldigen voor de slechte foto. :-). Toen ik de spiegel zag ging ik helemaal los en wilde hem eigenlijk het liefst hebben, maar dat ging helaas niet. Het haalbare alternatief was: fotograferen. In die donkere tent was dat zonder flits niet mogelijk, wat niet zo prettig is bij het fotograferen van een spiegel (je ziet nu een deel van het interieur van de Agai-pub weerspiegeld) en ook wilde ik naar het Duitse publiek, dat in de buurt van de spiegel rustig zat te eten, geen al te opvallende indruk maken.
Maar ja, wat moet je? Voor de Duitsers is de afbeelding van Goethe wellicht volstrekt normaal, die krijgen hem met de paplepel ingegoten. Hetgeen mag blijken uit het playmobilpoppetje dat ik op de website van de Playmobil Collectors Club ontdekte.

De tijd van Playmobil is helaas voor mij voorbij, maar wat zou ik graag zo'n PlayMobilpoppetje van Goethe willen hebben. En dan ook van Beethoven, kan ik de beruchte "Sternstunde der Menschheit"-scene in Teplitz naspelen.
Of van Albert Lortzing.
:-)

O selig, o selig, ein Kind noch zu sein!

Wie zong dat ook alweer?

Opmerking: Ik heb lang geaarzeld of ik dit stukje op mijn Goethe-website of hier zou publiceren. Vanwege het ludieke karakter heb ik uiteindelijk voor dit Hedonistisch Weblog gekozen.

Boek - statistieken.

Het jaar 2014 is nog niet voorbij, maar, in blije afwachting van het mogen opmaken van mijn winst- en verliesrekening op het zakelijke vlak, straks in januari, maak ik alvast de balans op van mijn boekenlijstje.
Net als vorig jaar deed ik mee aan de Reading-Challenge bij Goodreads. Alleen: vorig jaar was ik te optimistisch (ik zette in op 50 boeken) en bleef er ver onder - ik las er slechts 30.

Dit jaar was ik realistischer en stelde ik mijn norm bij: ik zette in op 40 boeken. Op dit moment staat de teller op 45 en ik verwacht er nog minstens één uit te lezen!
De hele lijst is natuurlijk na te kijken op Goodreads en hier in een gewoon document dat ik vanaf 1994 bijhoud. (eigenlijk vanaf 1992, maar de eerste twee jaar deed ik op een Olivetti tekstverwerken, die informatie moet ik nog eens handmatig overzetten in het Word-document).

Voor de lol hier wat statistieken:

> Ik las dit jaar 45 boeken uit. Er zijn er nog wat onder handen.
> In totaal, tot nu toe: 11,069 pagina's.
> Van die boeken waren er 8 in het Nederlands, 21 in het Duits en 16 in het Engels.
> Daarvan: 6 "gewone" romans, 9 sciencefiction romans, 14 boeken die op een of andere manier gerelateerd zijn aan mijn Lortzing-onderzoek en 16 overig filosofisch/populair-wetenschappelijk.
> Tot slot de strijd tussen het Ebook en de Treeware-boeken: Ik las 27 ebooks, en dus 18 "gewone", "echte" boeken. Boek #46 - nog uit te lezen - is ook een ebook. Ik lees ebooks het liefst op mijn Sony e-Reader, als ePub dus. Kindle boeken, die ik gekocht heb bij Amazon converteer ik altijd naar ePub. Ik weet natuurlijk dat dat eigenlijk niet de bedoeling is, omdat je dan de DRM eraf moet halen, maar ik heb er toch voor betaald? Dan is het boek dus van mij en doe ik ermee wat ik wil. Ik vind een e-reader gewoon prettiger lezen dan mijn iPad (waar een kindle-app opzit), vooral in bed, waar ik overigens tijdens mijn slapeloze uurtjes sowieso de meeste pagina's verwerk.

De Google Books lees ik wel via mijn iPad; ik moet wel, want de vooral oude Duitse boeken, die nog in Fraktur-schrift zijn gedrukt en door Google zijn ingescand (fantastisch!), en sommige boeken die ik via de eLibrary (KB of via de Goethe-Online Bibliotheek) lees, zijn meestal pdf's en dat leest dan weer beter op een iPad.

Beste roman: moeilijk te zeggen. Ik opende het jaar met Peter Steinz' "De duivelskunstenaar", een boek over Faust. Erg interessant, maar van belang is dat hieruit voortkwamen Yourcenar's "hermetisch zwart" - prachtig - en Hesses "Narziss en Goldmund", goed, die ik beide nog in januari uitlas, maar de beste roman vond ik toch "The Luminaries" van Eleanor Catton. Waanzinnig mooi geschreven, een bijna Dickensiaanse sfeer (zoals indertijd ook Charles Palliser's "The Quincunx"). Ik lees niet heel veel romans, heb nog "The Goldfinch" klaarstaan op mijn e-reader, maar nog niet aan toegekomen. Wordt 2015. Hopelijk.
Sciencefiction lees ik meer. Echter: het niveau viel dit jaar wat tegen. In de zomervakantie las ik Heinlein's "Farmer in the Sky", dat was goed. Heinlein hè. Ik had al heel veel van hem gelezen en na een paar jaar "even niet" nu dit boek opgepakt - voelde weer helemaal als vanouds. "The Word Exchange" van Alena Graedon sprak me qua onderwerp erg aan, begon ook zeer veelbelovend, maar zakte na de eerste drie hoofdstukken enorm in. Jack Williamson's "Star Bridge" was okay, maar niet meer dan dat en "River of Gods", ja dat was toch even doorzetten. Verder ben ik dit jaar begonnen met de Perry Rhodanserie (gevaarlijk!), de boeken uit de 70er jaren beleven momenteel een revival. Twee delen gedaan, maar ik moet zeggen dat ik alleen deel 1 goed vond. Deel 2 moet ik overigens als kind al hebben gelezen, ik herinnerde mij ineens een bepaalde passage bijna woordelijk, maar dan in het Nederlands (terwijl ik het nu in het Engels heb gelezen). Merkwaardige ervaring, een soort "Déja lu".

Ik hoop het jaar te mogen afsluiten met "The Golden Age" van John C Wrigth. Dit boek begon tamelijk onbegrijpelijk (deze ervaring hadden ook sommige andere lezers op Goodreads!) en ik had het eigenlijk al terzijde gelegd. Maar na een tijdje toch weer opgepakt en ineens zag ik het licht. Wow, wat een geweldig boek!

Binnen de afdeling filosofie/populair-wetenschappelijk las ik drie boeken van Rüdiger Safranski: één over ETA Hoffmann, één over Nietzsche (net uit als ik dit schrijf) en zijn nieuwste boek over Goethe. Geweldig, net als andere boeken (over de Romantiek, over Schopenhauer, over Schiller en over de vriendschap tussen Schiller en Goethe) die ik al eens van hem gelezen heb. Hoewel: over Goethe wist ik eigenlijk al aardig wat en dan verbleekt dat boek een beetje bij zijn andere werk. Maar er is dan ook al heel wat over Goethe geschreven, daar ga je niet zo snel iets aan toevoegen.
Ik heb dit jaar sowieso vrij veel over Goethe gelezen, en dat allemaal verwerkt op mijn Goethe-website. Over Goethe en Angelika Kauffmann, over Goethe en Bettina von Arnim, over Goethe en Gotha en tenslotte over Goethe en Beethoven en dat leidde tot Beethoven en zijn "Unsterbliche Geliebte". Twee boeken daarover gelezen, nummer drie, Harry Goldschmidt's "Um die unsterbliche Geliebte: Eine bestandsaufnahme" is werk in uitvoering; krijg ik waarschijnlijk dit jaar niet meer uit. En dat wil ik ook eigenlijk niet, want sommige boeken lezen als een spannende ontdekkingstocht, waar op iedere bladzijde wel iets interessants te vinden is. Kan me niet lang genoeg duren.

Trace-CD's.

Ik heb ze!
De Trace CD's!
(Hier net binnen, nog netjes verpakt in het cellofaan)

Eindelijk weer compleet. :-)

In mijn jeugd was ik een Ekseption-fan. Ik schreef hier al eens over bij het overlijden van toetsenist Rick van der Linden op 22 januari 2006.

Ook schreef ik in dat artikeltje over Rick's nieuwe groep Trace. Wat ik niet schreef was dat ik, geheel tegen mijn verzamelwoede en behoefte aan volledigheid ingaand, niet het laatste album van Trace gekocht had, "The White Ladies".
Waarom niet? Tja, ik vond het tweede album al een beetje tegenvallen (het was vooral iets minder progressief dan het eerste album) en Trace was ten tijde van dit derde album al niet meer de "supergroep", zoals de band in den beginne was gelanceerd, met behalve Rick ook Pierre van der Linden en Jaap van Eik. De laatste twee waren er al vrij snel uitgestapt wegens uitblijvend succes, zodat Trace eigenlijk alleen nog bestond uit Rick zelf, aangevuld met drie oude Ekseption-muzikanten: Cor Dekker, Peter de Leeuwe en Dick Remelink. Dat was, op Rein van den Broek na, toevallig wel de bezetting van mijn favoriete Ekseption-album, nl. de vijfde.

Om de een of andere reden was indertijd de rek er bij mij een beetje uit en ik liet het album, lekker eigenwijs en ook een beetje teleurgesteld over de gang van zaken, in de winkel liggen. Stom van me, ik heb daar vaak spijt van gehad. Ik had alles van Ekseption en Trace en nu was mijn collectie incompleet. En in het LP-tijdperk vind je zo'n album niet zo snel meer als-ie eenmaal is uitverkocht. En zelfs niet in ons digitale tijdperk. Te kleine markt.

Maar nu wel dus. Centertainment heeft de albums onlangs opnieuw uitgebracht, alle drie, inclusief Bonusmateriaal.
Trace, Birds, en White Ladies.

De aankondiging kreeg ik al op 23 september, via de Ekseption-mailinglist, maar ik moest twee maanden wachten voor ze echt uitgebracht werden. Gelijk gekocht, alledrie.

Na bestelling en betaling nog twee spannende dagen wachten en toen lagen ze zaterdagmiddag op de deurmat. Gelijk 's avonds gedraaid. Lekker hard. Via de koptelefoon, want denk aan de buren.

White Ladies draaide ik als laatste. Het moest natuurlijk wel in de juiste volgorde.

Behalve de bezetting lijkt ook de muziek van "White Ladies" sterk op Ekseption's 5e album. En, in tegenstelling tot andere muziek uit mijn jeugd, bijvoorbeeld het album "Atlantis" van Earth & Fire, heeft de muziek van Trace nog niets aan kracht verloren.
Hoe heb ik het dertig jaar lang zonder deze muziek kunnen stellen?

Een trieste blik....

bood het lege pand van boekhandel "De Bengel" in Dordrecht

toen ik daar op 20 september van dit jaar was.

Ik bezoek in mijn vrije tijd graag steden, en meet de waarde van een stad af aan
1. de aanwezigheid van een mooie historische kerk
en
2. de aanwezigheid van een fatsoenlijke boekhandel, enigszins gespecialiseerd in Het Betere Boek. Of liever nog: een antiquariaat.
Dordrecht was zo'n mooie stad. Maar de voorlaatste keer dat ik daar was, op 4 september 2010, was De Bengel nog springlevend. En beloofde zelfs een dubbel leven:

Maar "dubbel" betekent niet: "dubbellang"; mijn belangstelling voor Dordrecht is inmiddels met 50% achteruit gegaan. :-)

Ook Haarlem moest eraan geloven: van de vier boekhandels (één speciaalzaak - waarvan ik me drie jaar geleden al afvroeg hoe de eigenaar het hoofd boven water kon houden, twee antiquariaten - waaronder De Slegte, die in Haarlem ook nog eens niet zoveel voorstelde, en een min of meer "gewone" boekhandel - ik tel AKO/Bruna niet mee) die ik daar graag bezoek, pardon: bezocht, is er nog maar één over - het andere antiquariaat. Met de BAVO, waar je alleen in mag tegen betaling, degradeert dat de stad bijna tot het niveau van een dorp, wat zeg ik? Een Krähwinkel, een getto, een achterbuurt! Nouja, niet overdrijven: het Teylers redt de eer.

En Deventer, de Stad der Steden met elf antiquariaten? Boekhandel "Notting Hill" is inmiddels ter ziele, en dient nog slechts als etalage voor boekhandel "Das Gute ist immer da", even verderop. Dat maakt dat er nog tien zijn; nog altijd een Toplocatie.

Het is mijn eigen schuld: ik koop mijn boeken nog vrijwel uitsluitend via internet-antiquariaten. Nieuwe boeken koop ik vrijwel niet meer: ik read e-, anders groei ik dicht.
Ik ben natuurlijk een grootgebruiker, maar ik kan in mijn eentje niet alle boekenzaken van Nederland onderhouden. Wel snuffel ik er graag rond, zoals sommige vrouwen schoenenwinkels bezoeken. Maar daar zijn er nogal wat van, in tegenstelling tot boekwinkels, dus ik zal toch een reddingspoging moeten ondernemen.
Als ik tenminste wil voorkomen dat mijn stedentripjes ontaarden in het permanent uitvoeren van de "Man Stand" - het bij een mode- of schoenenzaak geduldig buiten wachten van een man terwijl zijn vrouw lekker aan het shoppen is.

Mijn sinterklaaswensenlijstje bevat dan ook vier boeken, echte Treeware boeken!

En een DVD, dat wel.
Een documentaire, uiteraard, want een dag niet geleerd is een dag niet geleefd.

En te bestellen bij Bol, tja.

Gemak dient de mens.

Konrad Boehmer en het muziekonderwijs in Nederland.

Het is niet de bedoeling dat dit hedonistisch weblog verandert in een verzameling necrologieën van mensen die op de een of andere manier mijn leven beïnvloed hebben. Maar toen ik vanochtend bij het radioprogramma van Jacques Klöters een opsomming hoorde van mensen die het afgelopen jaar zijn overleden en daarin de naam van Konrad Boehmer voorbij hoorde komen - zijn overlijden op 4 oktober van dit jaar is volstrekt langs mij heen gegaan - moest ik even terugdenken aan mijn studiejaren aan het Koninklijk Conservatorium (1977 - 1982), waar hij mijn docent muziekgeschiedenis was.
Van de doden niets dan goed, maar een kritische noot mag hier toch wel klinken. Boehmer zelf kon er ook wat van als het om kritiek spuien ging.
Konrad Boehmer stond in die tijd vooral bekend als querulant, maar zijn lessen waren zeker niet slecht. Hoewel, even één anecdote: toen ik mijn tentamen muziekgeschiedenis moest doen liet hij mij royaal kiezen met welk onderwerp ik wilde beginnen. Wetend dat het mijn specialiteit is - en hij er zeer weinig mee ophad - koos ik middeleeuwse muziek en Gregoriaans. Dat had ik beter niet kunnen doen, want hij zei dat hij het daar niet over wilde hebben en ging voor straf gelijk over Wagner praten, toen míjn zwakste plek. Omdat ik ook musicologie studeerde - wat hij niet wist, omdat je daar in die tijd op het conservatorium beter niet over kon praten - wist ik naar conservatoriummaatstaven hoe dan ook wel voldoende van muziekgeschiedenis, dus ik kreeg een "8", met de opmerking dat als ik iets meer van Wagner begrepen zou hebben het een "9" zou zijn geweest.
Jaren later kwam ik Boehmer nog eens tegen in de trein en ik waardeerde het zeer dat hij mij nog herkende. Ik moet bekennen dat ik in mijn eigen rol als muziekdocent meer moeite heb oud-leerlingen te herkennen. Ze herkennen mij altijd, en ik kom ze nogal eens tegen.

Ik schreef al dat Boehmer eigenlijk een dwarsligger was, wat de oorzaak was dat hij door zwakkere docenten nogal verafgood werd. In zijn rol als geïmporteerde Duitser die het Nederlands muziekleven weleens zou wakker schudden werd hij columnist van de NRC; zijn schrijfsels werden in 1974 gebundeld uitgegeven in "Gehoord en Ongehoord". Vooral de, ik geloof vier, artikelen over het muziekonderwijs in Nederland werden tijdens ons muziekdidactiekonderwijs te pas en te onpas geciteerd met in mijn ogen funeste gevolgen.

Niet alleen muntte Boehmer in één van deze artikelen het begrip "muziekpedagogische muziek" (de trouwe lezer van dit blog zal opmerken dat ik het begrip onlangs zélf nog gebruikt heb), als aanduiding voor simpele en "dus", in Boehmers ogen, onbenullige stukjes die je moet spelen als je een beginner bent - alsof de stukken die Boehmer componeerde meer geschikt zijn voor de beginnende muziekstudent - vooral wist hij door een link te leggen tussen de in die tijd op veel scholen en PABO's gebruikte Gehrels-methode en de Duitse Wandervogel of "Jugendmusikbewegung", waarvan de door Fritz Jöde verzamelde en uitgegeven liederen tijdens de tweede wereldoorlog met al dan niet aangepaste teksten terecht zijn gekomen in de zangbundels van de Hitlerjugend, het zingen op school verdacht te maken.
Dat leidde ertoe dat ons tijdens de didactieklessen duidelijk gemaakt werd dat zingen vooral niet dogmatisch gericht mocht zijn op "mooi" zingen; gewoon je gitaar pakken, een gezellig lied gaan zingen uit het toen vrij nieuwe kinderen voor kinderenrepertoire en wel zien wie er in de klas mee begon te zingen - je zong immers uitsluitend om kinderen iets over bijvoorbeeld de toestand in de wereld te leren of voor de gezelligheid - was de aanbevolen weg.
Gehoortraining? Handzingen? Belachelijk! Toen ik het idee opperde om het handzingen eens op elkaar uit te proberen, om aan den lijve te ondervinden hoe belachelijk of wellicht toch onverwacht nuttig dat handzingen eigenlijk was, werd mij dat niet in dank afgenomen; onze docent (ik zal zijn naam niet snel vergeten, maar hem hier achterwege laten) kon het namelijk zelf niet. Het resulteerde erin dat ik bij de adjunct op het matje moest komen, waar mij te verstaan werd gegeven dat mijn kritische houding niet op prijs werd gesteld en dat ik mij heel erg rustig moest houden omdat ik anders van de opleiding zou worden gestuurd.
Met het afserveren van het muziekonderwijs als "muziek"onderwijs kwam er in onze opleiding een nieuw soort specialisatie op: de muziekconsulent. Je kon dan vanaf de plaatselijke muziekschool onderwijzers m/v van zeg twintig basisscholen aansturen over hoe ze hun muzieklessen moesten inrichten. Lesmateriaal met veel kleurplaatjes en (toen nog) cassettebandjes moesten de muzikaal niet-slagvaardige onderwijzer uit de brand helpen, maar daar had hij eigenlijk de producten van Benny Vreden al voor. Sowieso heb ik eigenlijk nooit begrepen waarom je naar het conservatorium gaat als je eigenlijk een carrière als ambtenaar ambieert waarin je vanachter een bureau voor het muziekonderwijs ongeschikte onderwijzers (al zijn er uitzonderingen) mag aansturen met wat sneue projectjes. Maar het speelde goed in op de bezuinigingen in het onderwijs - die toen al in volle gang waren, hoewel nog niet zo zichtbaar desastreus als inmiddels is gebleken.

Dit was de situatie in 1982, toen ik afstudeerde. Na een aantal jaren op diverse scholen het muziekonderwijs te hebben verzorgd kwam ik, alweer ruim twintig jaar geleden, uiteindelijk terecht op het Vrijzinnig Christelijk Lyceum.
Een school met maar één nadeel: je wilt er nooit meer weg. Ik heb het er erg naar mijn zin.

We zijn in Nederland inmiddels heel wat onderwijsherzieningen verder, ik kan me niet herinneren dat één ervan een echte verbetering is geweest hoewel het invoeren van de basisvorming het vak schoolmuziek een statusverhoging heeft gegeven van "draai maar wat plaatjes" tot een vak met een leerplan en de tweede fase muziek in de eindexamenklassen heeft gebracht. Met overigens de merkwaardige beperking dat het natuurlijk geen vooropleiding mag zijn voor het conservatorium.
Mijn vak is er dan ook in de loop der jaren steeds leuker op geworden. Toch heb ik vaak geroepen: als de overheid een besluit zou willen nemen dat er écht toe doet, moeten ze het vak muziek in het voortgezet onderwijs afschaffen en de vakdocenten verplaatsen naar de basisschool, waar het vak muziek doorgaans op een bedroevend laag niveau gegeven wordt, áls het gegeven wordt. Zelf zou ik dat overigens niet prettig vinden: ik geef liever les aan de leeftijdsgroep 12-17-jarigen, maar uitgaande van het belang voor het onderwijs in het algemeen zou muziek in de basischool - gegeven door vakdocenten - een betere investering zijn. Goed muziekonderwijs wordt bij voorkeur vóór het negende jaar aangevangen wil het er echt toe doen en ook nut hebben om meer te vormen dan alleen de muzikaliteit. Als ik mijn brugklasleerlingen binnen krijg is er al een heleboel verloren en kan ik alleen nog proberen te redden wat er te redden valt.

Op 4 oktober 2014, veertig jaar na het verschijnen van zijn gebundelde columns, overleed dus Konrad Boehmer, de man met de twijfelachtige eer op zijn minst een bijdrage te hebben geleverd aan het afbrokkelen van het muziekonderwijs in Nederland. Al had hij de tijdgeest natuurlijk mee.
En op 24 oktober, zeg drie weken later, kondigt de overheid aan geld te gaan investeren in beter muziekonderwijs op de basisschool.

Leerlingen in het basisonderwijs krijgen meer en beter muziekonderwijs. Minister Bussemaker heeft met Joop van den Ende en het Oranje Fonds afgesproken dat ze gaan samenwerken om het muziekonderwijs op school een stevige impuls te geven. Het ministerie trekt er tot 2020 € 25 miljoen voor uit. Van den Ende zet zich samen met private partijen in om ook € 25 miljoen bijeen te brengen en een campagne te starten. Het Oranje Fonds spant zich in om het programma Kinderen Maken Muziek de komende drie jaar voort te zetten.

Da's mooi. Het is te hopen dat het resultaat snel genoeg meetbaar zal zijn om dit project voort te zetten, want in het algemeen zijn zaken sneller afgebroken dan opgebouwd.

Syndicate content