Reaching toward Infinity

Deze fraaie spreuk vond ik in Antiquariaat "Klikspaan" in Leiden; ik zag hem aan de muur hangen tijdens het afrekenen van zo'n lekker ik-kruip-op-de-bank-met-mijn-boek-en-stoor-me-niet deeltje uit Dent's Everyman's Library: "On the Study of Celtic Literature and Other Essays" van Matthew Arnold. Uit 1867, opnieuw uitgegeven in 1910 en dat weer heruitgegeven in1976.
Wie wil zo'n boekje nou hebben? Ik dus, en geloof me - ik moet mijn verslaving altijd een beetje rechtvaardigen - ik heb er zeker vier even prachtige boekjes uit dezelfde serie voor laten staan.
Wat een mooie boekjes, nog uit de tijd dat men de tijd nam om te lezen. Ik jakker mij altijd zo snel mogelijk door al die bladzijden heen, al dan niet e-browsend, om de afstand tussen aankoop en lezen van mijn alsmaar uitdijende boekenverzameling overzichtelijk te houden.
Terwijl ik het boek afrekende zag ik naast de kassa, links aan de muur, temidden van alle spreuken over de genoegens van het lezen (alsof ik dát nodig heb!), deze dus.


Eindelijk eens iemand - en wel een zekere A.Edward Newton - die mij begrijpt.