vakantie

warning: Creating default object from empty value in /home1/kuehlebo/public_html/georgeovermeire/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Belcampo - een vergeten schrijver.

Ik leerde het werk van Belcampo (pseudoniem van de schrijver Herman Pieter Schönfeld Wichers, 1902-1990) kennen op school, door het verhaal "Het olografisch testament". Het was de opmaat voor meer, ik kocht de omnibus "Al zijn fantasieën" en las alles met veel plezier; en sommige verhalen herlas ik nog vaak daarna. Ik genoot van Belcampo's verhalen, waarin altijd iets wat waar zou kúnnen zijn, gecombineerd werd met iets volstrekt absurds, en - vond ik - vooral die bijzondere laatste zin, waarvan iedereen altijd roept dat H.P. de Boer er het patent op had.
Niets daarvan.
Wat dacht je bijvoorbeeld van het verhaal "Isaac van Asselt, een vergeten schilder", waarin je het gevoel hebt dat je een recensie aan het lezen bent van een ten onrechte onbekende schilder, tot de (in dit geval toevallig op één na-)laatste zin komt:

(...)anderzijds is het zijn plicht (die van de kunsthistoricus - GO) van gildeleden, die op verscheidene plaatsen met name worden genoemd, eens en vooral vast te stellen dat zij schilders van niets zijn geweest en hen voorgoed in de vergetelheid weg te stoten.

Of deze, waarin Belcampo zijn eigen aanvulling schrijft op het verhaal van de Ark van Noach:

Noach deed gelijk hem de Here bevolen had en al het gedierte des vijvers zwom uit en verspreidde zich, het wijfje bij het mannetje blijvend.

Ik kan nog wel even doorgaan, maar zal het kort houden met de slotzin uit "Het olografisch testament", waarin een notaris een testament moet tatoeëren op de naakte huid van een prachtige vrouw, een verhaal dat zonder één onvertogen woord te gebruiken, toch ongelofelijk erotisch is. Het verhaal eindigt ermee dat de notaris het niet kan laten 's nachts naar zijn eigen archief te sluipen en te kijken of het testament - de vrouw dus - er nog wel is:

voordat hij het wist lag notaris van Dalen in de armen van zijn akte. Zij legde de volle weelde van haar Oosterse lippenpracht op zijn dorre notarismond en hijgde hem toe: "Toen je me las voelde ik al, dat je me wou".

Bij deze drie citaten heb ik de bron er wel even bijgepakt, omdat ik het correct wilde opschrijven, maar als ik uit mijn hoofd zou hebben geciteerd zou het ook vrijwel foutloos zijn gegaan, terwijl het zeker dertig jaar geleden is dat ik het gelezen heb. Dat zegt misschien iets over mijn geheugen, maar volgens mij zegt het meer over de fascinatie die ik voor die verhalen had. En voor de prachtige zinnen, waarvan ik moet bekennen dat ik sommige daarvan nog weleens in gesprekken gebruik. Er is toch niemand die het ooit merkt, want wie kent er heden ten dage nog de schrijver Belcampo?
Eigenlijk was Belcampo huisarts en oefende zijn beroep uit in Bathmen van 1950 tot 1953. Van 1953 tot 1967 was hij studentenarts in Groningen en het verhaal gaat dat hij op zijn bureau twee potten met pillen had staan; in de ene pot zaten aspirientjes en in de andere "de pil". Vrouwelijke studenten kregen altijd één van de twee, voor mannen was er iets minder keus. Dat was voor die tijd toch behoorlijk vooruitstrevend; hij moet een erg fijne huisarts geweest zijn :-)
"Leven en laten leven" was zijn devies, uitgelegd in het boek "De filosofie van het Belcampisme". Jarenlang heb ik naar dit boek gezocht. In 1999 lukte het me eindelijk het te verwerven; ik moet het eerlijk gezegd nog lezen. Andere schrijvers en vooral andere filosofen waren inmiddels op mijn pad gekomen.
In Bathmen wordt Belcampo herdacht met het Belcampopad.

Het pad loopt naar de dorpskerk. Erg goed wordt het niet onderhouden: het ANWB-bord dat uit moet leggen wie Belcampo was moet nodig schoongemaakt:

Toen ik het bord vanochtend wilde fotograferen, had ik een rol keukenpapier bij me om wat vuil te verwijderen en de letters weer leesbaar te maken. Helaas, het bord stond zo opgesteld dat dat onmogelijk was: ik kon er niet bij.

Het is de plicht van de tand des tijds schrijvers als Belcampo langzaam in de vergetelheid weg te laten zinken. En het is de plicht van de ANWB daarbij niet al te veel in de weg te lopen en de zaken op zijn beloop te laten. Laissez faire.
Eigenlijk in overeenstemming met het Belcampisme.

St. Goethe

Mijn lang weekend Duitsland, met Marit, Annemarie en Richard had een onverwachte verrassing in Münster, toen ik aan de Prinzipalmarkt bij het westportaal van de Lamberti-Kirche eens goed de daar geplaatste 11 heiligen probeerde te herkennen. Er stonden geen namen bij, dus ik moest een beetje afgaan op mijn kennis van de Christelijke iconologie.

Links kijk je eerst Christus zelf in het gezicht, iets naar links aan de zijkant zie je de evangelist Mattheus.
Rechts herkende ik natuurlijk gelijk Hieronymus (met baard) en Gregorius (met mijter). Allemaal niet zo moeilijk :-).
Maar middenvóór - even inzoomen:

Ja! Schiller en Goethe!

Als resp. de evangelisten Johannes (let op de adelaar) en Lucas (let op het kalfje).


Münster is best een mooie stad. Ik was er nog nooit geweest. Wilde natuurlijk onmiddelijk het kerkenpad lopen daar, maar ja, je bent niet alleen hè. Ook een beetje rekening houden met de anderen, dus bleef het wat betreft de Lamberti-kerk bij een foto-shoot met Goethe en Schiller; ik ben niet naar binnen gegaan.
Wel bij de Dom, natuurlijk, al was het maar vanwege de astronomische klok!

die ik helaas niet heb horen spelen, zoals bij de astronomische klok van Olomouc.
En even de kooropgang fotografeuren, wat zou ik graag bij het orgel hebben willen kijken.!

Verder ben ik ook niet naar de expositie met politieke spotprenten geweest, maar de poster vond ik toch wel erg mooi:


Om deze omissie goed te maken zijn we op de terugweg langs Paleis Het Loo gereden, eigenlijk voor de expositie "Beeld van Beatrix". Paleis Het Loo vindt het gelukkig helemaal niet nodig om iets aan fatsoenlijke bewegwijzering te doen, zodat we in een gigantisch lange rij terecht kwamen, met drommen mensen die het ervoor over hadden om vijf kwartier in de rij in de rij te staan om 5 minuten naar de jurk van Maxima in een vitrine te mogen kijken. Onderweg werden we bezig gehouden met spannende teksten over het koningshuis vanaf Willem I.
Achteraf bleek dat we ook wel gelijk via een andere deur naar de portretten van Beatrix hadden kunnen kijken; tamelijk stom van me, want het stond wel ergens - op een héél klein bordje in een héél klein hoekje. :-(
Ik ben kennelijk beter in het herkennen van heiligen.

Et In Acadia Ego

De kunst- en cultuurkenner herkent deze zin natuurlijk van het beroemde schilderij "Et in Arcadia ego" van Nicolas Poussin, of anders wel van Goethe, die zijn "Italiaanse Reis" het motto "Auch ich in Arkadien" meegaf. Zonder werkwoord, omdat de o.a. door de Duitse Romanticus Carl Wilhelm Kolbe "Auch ich war in Arcadien" in gebruik geraakte vertaling eigenlijk fout is, maar Goethe dit wel bedoelde - Arcadia als metafoor voor Italië gebruikend.
Nu was ik deze vakantie in Acadia. Waar is de "r"? Typo? Nee, Acadia is het deel van Canada waar ik mijn vakantie doorgebracht heb zonder te weten dat het zo heette - ik dacht gewoon een stukje Oost-Canada te doen, eindbestemming Digby, waar Merel haar stage loopt. Al rondrijdend kwamen we erachter dat daar Acadiërs wonen, en First Nation-people en de Mi’kmaq, jawel de hele Mikmak.
Ik raak vrij snel in dingen geïnteresseerd, maar die Acadiërs konden mij niet echt boeien; desondanks was mijn vakantie in Canada uiterst geslaagd. Gelukkig maar, want het was de langste vakantie die ik ooit gedaan heb - ik ben niet graag van huis. Een hoofdzakelijk door Marit geschreven verslag - in feuilleton - staat op de familiewebsite, hier, hier, hier, hier, hier en hier.


Aardig wat boeken gelezen op vakantie, de Ayn Rand bio van Anne Heller, een goed boek. "Zendegi", erg goed, van Greg Egan, "Ebocloud", zelfs nog beter, en tenslotte "To a Mountain in Tibet" van Colin Thubron. Prachtig. Jaren geleden heb ik van Thubron "Distance" gelezen, dat was een roman. Dit is een reisverslag, maar het is zo heerlijk mooi, rustig geschreven. Een echte "slow-burner". in tegenstelling tot de scifi, die ik gewoonlijk graag lees, maar die wat sneller consumeert. Alles, zo'n achttienhonderd pagina's, via mijn e-reader en dat scheelde een hoop bagage, want het moet allemaal mee het vliegtuig in. Dit jaar waren we dan ook zonder Ank & Arie op vakantie. Voor de niet-ingewijden: Ank was ons navigatie systeem. Na jaren trouwe dienst en hele gesprekken tegen ons te hebben gevoerd - "U heeft uw bestemming bereikt" - en mijn af en toe enthousiaste rijgedrag in toom te hebben gehouden - "U rijdt boven de maximum snelheid" - was ze inmiddels echt verouderd, bovendien kon er geen kaart van Canada op. Ik heb haar dus ingeruild voor een jongere Gamin-satnav. Hanny heet ze, minder spraakzaam, geen lieve woordjes. Is even wennen. Arie is onze auto, de altijd betrouwbare Toyota Yaris. Met enig schuldgevoel heb ik hem op de lang-parkeren parkeerplaats van Schiphol drie weken lang helemaal alleen tussen allemaal grote rijkeluis-bakken achtergelaten. In Canada moest ik vreemdgaan met een gehuurde Mitsubishi. Mooie auto, ruim, maar een automaat, waardoor ik als plezier-rijder mij een beetje onder mijn niveau aangesproken voelde: gasgeven en remmen, meer mag je niet, zodat ik het gevoel had in een botsautootje te zitten. Zonder botsen overigens, hoewel ik een van de laatste dagen toch een noodstop heb mogen maken om een stekelvarken te sparen die gewoon over de weg liep te scharrelen. Het schijnt overigens dat ik daarmee ook de auto en misschien onszelf gered heb, daar de stekels van zo'n dier behalve de banden ook de remkabels behoorlijke schade kunnen toebrengen.
Nu: vandaag mijn jetlag overwonnen, was helemaal niet zo moeilijk, en morgen weer aan het werk. Zin? Jawel, want ik heb een baan waarbij ik voor 95% betaald mijn hobby sta uit te oefenen. Dit jaar ga ik ook gebruik maken van de BAPO-regeling - ik ben al 53! Dat betekent: één dag vrij, die ik heerlijk ga gebruiken om weer eens wat te studeren, te componeren, meer piano te spelen en eens wat vaker naar een museum te gaan.
Ik kom nu alweer tijd te kort.
Syndicate content