kunst

warning: Creating default object from empty value in /home1/kuehlebo/public_html/georgeovermeire/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Compositiewedstrijd NBE: Oost west THUIS niet best.

Het Nederlands Blazers Ensemble organiseert met BNN-VARA een compositiewedstrijd voor jonge componisten. Donderdag 16 oktober was het voorrondeconcert West in het Haagse Koorenhuis.

Het gebouw waar ik als 19-jarige zelf ben begonnen als muziekstudent toen het Koninklijk Conservatorium er nog in zat. Ik loop altijd wat weemoedig door het gebouw heen als er iets cultureels te beleven is. Het gebouw aan de Juliana van Stolberglaan dat ervoor in de plaats kwam - de verhuizing vond tijdens mijn derde studiejaar plaats - was van meet af aan niet het gebouw waar je je als muziekstudent kon laten inspireren, met die kleine en vooral te lage kamertjes en de in moderne goed-geïsoleerde gebouwen noodzakelijke airco.

Maar voor je door deze ingevoegde mijmering het gevoel krijgt dat ik in de vroeger-was-alles-altijd-beter-fase van mijn leven ben aangekomen: er loopt tegenwoordig heel wat jong talent rond. En dat kon je horen tijdens dit concert, waarin 15 jeugdige componisten tussen de acht en achtien jaar hun werk, gecomponeerd rond het thema "Oost west THUIS niet best" mochten laten horen. Bijna steeds zelf gespeeld, al dan niet met medewerking van (leden van) het jongNBE.

De eerste compositie was al meteen raak: "Die Mauer" van de 17-jarige Florian van der Reijden. Een interessant stuk, Florian zelf aan de piano, met aandacht voor de articulatie van zijn thema, het jNBE erbij, aangevuld met vier strak uitziende zangeressen, die - enige minpuntje - vocaal helaas niet tegen het orkest opgewassen waren.
Andere stukken die ik in ieder geval interessant vond om naar te luisteren waren "Een opengesteld domein" van Pol van den Berg, met bijzondere toonladders in de fluitpartij, die mij in ieder geval deden denken aan de etudes van Harald Genzmer, die ik vroeger toen ik zelf nog fluit-ambities had, heb gespeeld. Het stuk "In Cee" van Karmit Fadael was ook heel apart; en dat geldt mogelijk ook voor de bepaald niet op haar mondje gevallen Karmit zelf, die de enige kandidaat was die uit zichzelf uitgebreid over de achtergronden van het te beluisteren werk wist te vertellen. Daardoor wist ik ook dat op de tape, die met de compositie meeliep, fragmenten te horen waren van een geschiedenisles op de middelbare school van Karmit die zij stiekem heeft opgenomen. Erg eigentijds dus ;-) Helaas, werd tijdens de uitvoering de tape volgens mij iets te hard afgespeeld in verhouding tot de rest van de compositie.
Casper Groep was met zijn acht jaar de jongste kandidaat met een bijzonder werk, "Avatsjinskaja sopka". Kennelijk heeft Casper ook vorig jaar al meegedaan en gewonnen want zijn compositie van vorig jaar is dit jaar tijdens het nieuwjaarsconcert van het NBE uitgevoerd geworden. Dat heb ik helaas gemist. Ook nu had Casper een origineel werk.

Alle andere kandidaten hadden eigenlijk minder experimenteel werk, met uitsluitend traditionele melodieën en harmonieën. Niks mis mee, natuurlijk, en het is eigenlijk al bewonderenswaardig dat je op die leeftijd met componeren bezig bent. Ik was op die leeftijd zover nog niet en over mijn composities die ik nu af en toe maak praat ik liever niet hardop: zo geweldig zijn ze in het algemeen niet.

Één titel wil ik graag nog noemen: het werk "Laura's Kleurplaat" van de elfjarige Tom Kraan. Hier vond ik vooral de titel origineel, omdat die mij deed denken aan Jurriaan Andriessens muziekpedagogische werkjes als "Kathenka's Muziekboek" en "Roger's Sonatine".

Tussen al dit jeugdig gecomponeer zaten toch twee zaken die er wat mij betreft eigenlijk niet inhoorden: Lidewij Loot's "Storm", meer een singer-songwriter-stuk, overigens erg goed uitgevoerd en vooral heel sterk gezongen, maar naar mijn idee niet thuishorend bij een concours als dit. Dat de jury daar anders over dacht is duidelijk, want Lidewij is één van de zes kandidaten die meemag naar de volgende ronde en haar lied met hulp van één van de arrangeurs mag bewerken voor het NBE. Ik ben erg benieuwd naar de meerwaarde die het lied daarmee gaat krijgen, want het kan natuurlijk in een nieuw jasje heel interessant worden.
Het jeugd-popkoor "'t Koggeschip" uit Amsterdam met "Samen wij" vond ik echt een miskleun. Met Ciske de rat-achtige jongetjes die de lead zongen en vooral de tegenwoordig obligate Marco Borsato/Ali B-rap in de middle-eight moest er toch een knieval gemaakt naar het "gewone" publiek. Dat lijkt mij onnodig: ook de jonge componisten die wat minder "origineel" gecomponeerd hadden, lieten alleen al door het feit dát zij componeerden - maar ook door het niveau waarop zij hun eigen composities zelf speelden - horen dat zij wel wat gewend zijn. Ik noem hier het werkelijk vertederende strijktrio MaPoLo (elf, negen en elf jaar oud), dat met "Music in home" gewoon een ontzettend leuk stukje gemaakt heeft en dat ook goed wist uit te voeren. Je kunt horen dat deze kinderen vaak na school lekker met elkaar gaan musiceren, zoals anderen wellicht met elkaar gamen (en ook daar is niets mis mee). Aangezien het publiek voor een groot deel bestond uit trotse ouders, die hoogst waarschijnlijk de omstandigheden gecreëerd hebben waarin die talenten zich konden ontwikkelen, geloof ik dat het niveau van het publiek wel min of meer bepaald was en dat je de mensen niet hoefde te "sparen".

Na de pauze speelde het jNBE zelf. Prachtige muziek en goed uitgevoerd. Het viel me weer eens op hoe prachtig die blazers met elkaar mengen en wat een heerlijke klanken er kunnen ontstaan, vooral als het koper ook zacht weet te spelen, de hoornist en de trombonist met name dwongen bij mij op dit punt echt respect af. Jammer dat er af en toe naar een elektrische basgitaar werd gegrepen ipv de contrabas; de basgitaar stond vooral te hard afgesteld, was dat nou nodig?. En ook hier meende de programmamaker weer een knieval te moeten maken en voor het publiek te moeten bepalen dat er ook "iets leuks" bij moest zitten. De showstopper was het stuk "Ich bin 99", een arrangement van Evert Josemanders, waarin "99 Luftballons" van Nena en "Ich bin wie du" van Marianne Rosenberg aan elkaar gelast waren. Bij "Ich bin wie du" barstte het feest der herkenning weer los en mocht de zaal meeklappen. Hoe storend ik dat normaal ook vind, nu kwam het wel goed uit, ook omdat de prachtige blazersklanken waar we in de daarvoor gespeelde werken van mochten genieten, er hoe dan ook niet meer waren en er alleen nog een schel getoeter van de ooit zo populaire melodie overbleef.
Erg zonde.

Tasso bij het Nationaal Toneel.

Woensdag 10 september zag ik de try-out van Tasso bij het Nationaal Toneel. Naar het toneelstuk Torquato Tasso van Goethe.

Over deze voorstelling schreef ik een recensie, die op mijn Goethewebsite te lezen is.

Christina Pluhar - "Improvisations on Purcell"

Sinds enige weken ben ik in de ban van Christina Pluhar.

Ik hoorde via ClassicFM meerdere malen een stuk langskomen, dat na bestudering van de playlist "The Mock Marriage" bleek te heten.

"Wat een vreemd stuk", dacht ik en ging op zoek. Dat is tegenwoordig niet zo moeilijk meer, behalve Google hebben we Spotify (ik kan iedereen van harte een premium account aanraden!) en het intikken van de titel leverde het album "Music for a While - Improvisations on Purcell" op.

Zoals de titel al min of meer zegt: bewerkingen van stukken van Purcell. "The Mock Marriage" kende ik niet uit eerdere uitvoeringen, maar vele andere stukken wel, in wat men zo mooi noemt "authentieke" uitvoeringen, en zo kreeg ik een goed beeld van wat Pluhar er van gemaakt heeft.

Ehhh....heel anders. :-)

Vergelijk bijvoorbeeld "When I am laid in Earth" met hoe dat doorgaans gezongen wordt, of het bijna blasfemisch bruisende "Strike the Viol", met de uitvoering onder leiding van Gardiner, toch een heel goede dirigent, en je snapt wat ik bedoel.

Aanvankelijk dacht ik dat Pluhar een zangeres was uit de hoek van de lichte muziek die, net als bijvoorbeeld Sting met "Songs From the Labyrint" (liederen van Dowland) eens een zijsprongetje gemaakt had, een interessant experiment waar een moderne zanger(es) zijn/haar interpretatie loslaat op Renaissance-muziek ("Music or a While" is behoorlijk Jazzy), maar niets is minder waar: Pluhar is een specialiste oude muziek!(de Engelse Wikipedia-pagina over Pluhar is aanzienlijk schaarser met informatie!). Het is ook niet Pluhar die je hoort zingen op dit album, dat zijn Philippe Jaroussky (counter-tenor), Raquel Andueza (sopraan), Vincenzo Capezzuto (alt) en Dominique Visse (counter-tenor).

Klassieke, of in dit geval, oude muziek in een modern jasje is altijd goed voor tegenstrijdige opvattingen; Ekseption wist er al van mee te praten. Zo ook Nicholas Kenyon die op zondag 23 maart jl in The Observer schrijft:

From a group whose flair and inventiveness I have very much admired in a variety of baroque repertoire comes a real horror — an attempt to update Purcell to a classic of the jazz era. Turning Dido's Lament into lounge-bar smooch, and Music for a While into a lazy clarinet-dominated improv is just unbearable. The vigour of Wondrous Machine is completely dissipated; In vain the Am'rous Flute survives unscathed, all the odder in this context. They say great music can withstand anything, but now I'm not so sure.

Tja, kwestie van smaak. Hoewel ik mij af durf te vragen hoe saai Kenyon's smaak is. Ik denk dat het interessant is af en toe te spelen met de gedachte dat Purcell en andere grootheden uit de muziekgeschiedenis hun muziek anders geschreven zouden hebben als ze indertijd de beschikking hadden gehad over "onze" instrumenten als bijvoorbeeld de saxofoon.

"Music for a While" vind ik zo'n fascinerend album, dat ik er over gedacht heb het te kopen en dat wil wat zeggen; sinds het internet er is koop ik eigenlijk nooit meer CD's!

Ramses - De Recensie

Tijdens het bekijken van het vierde en laatste deel van de dramaserie "Ramses" deed ik, overmand door een grenzeloos gevoel van teleurstelling, een klein gedachte-experiment.
Stel dat de serie niet over Ramses Shaffy was gegaan, dat Ramses Shaffy misschien helemaal niet bestaan zou hebben, maar zou hebben gespeeld rond een fictieve zanger/cabaretier/levenskunstenaar die teveel dronk, homoseksueel was en in ook zijn verdere levenswandel en liedteksten tegen de bekrompen tijdgeest inging. En die we daarmee nú, veertig jaar later, zouden kunnen beschouwen als een morele bevrijder, een profeet. Zou iedereen nog steeds zo enthousiast zijn over deze serie?
Ik denk het niet.
Deel één viel me al vreselijk tegen, maar ja, soms moet je er even inkomen hè. Ik moet bekennen dat ik deel twee gemist heb. Dat wil zeggen: ik heb hem niet gezien, want ik kon bij deel drie weer moeizaam aanschuiven; wel was de voorraad lege flessen in Shaffy's achtertuin significant gegroeid - vul het verhaal verder in en kleur de plaatjes. Net als indertijd bij "As the World Turns"; al zou ik willen dat het spel- en regieniveau van "As the World Turns" af en toe werd gehaald, want dat werd het niet.
Deel vier was het treurige dieptepunt: terwijl de camera ietwat overmatig de ogen en mond van acteur Maarten Heijmans bleef uitbuiten - het was me inmiddels aan reacties van BN-ers in talkshows al duidelijk geworden dat vrouwen daar op vallen - werd de begeleidingsband die om Ramses heen werd geformeerd om zijn carrière weer enigszins op de rails te krijgen totaal niet uitgeregisseerd. Bij de eerste aflevering dacht ik nog gewoon dat bijvoorbeeld Thomas Cammaert, die Joop Admiraal moest spelen, een wat zwakkere acteur was, maar die jongens van de band stonden er maar een beetje bij alsof ze zo van de straat waren geplukt om te figureren. Hou jij deze gitaar eens vast en ga jij daar eens achter de toetsen zitten en doe of je speelt en oja, bij de Chinees moet jij even een grapje maken over Nasi Ramses.
Michiel van Erp, toch niet de eerste de beste, kon er kennelijk niet veel meer van maken.

In 2003, de nadagen van Ramses Shaffy, schreef Bas Steman: "Ramses Shaffy: Naakt in de orkaan", een "Ramses - de Belevingsbiografie". Al snel volgde "Ramses" - de Film van Pieter Fleury. Film gezien, daarna het boek gelezen. Niet helemaal de juiste volgorde, wel inspirerend. Er werden ook interessante kanten van Ramses belicht. Ramses - de CD met liedjes uit de film gekocht. Het viel me al op dat, als je die liedjes draait zonder de film er niet veel meer van over blijft. Maar de eerste tijd stonden film en boek nog in het geheugen, dus het ging nog wel.

Bij het overlijden van Ramses zei Marit, mijn vrouw, nog, 'zal "Ramses - de Musical" er ook wel snel komen'. En verdomd, ze had gelijk. Tijdens een koorfestival hoorde ik een koor "Ramses - de Medley" zingen. En nu dus de TV-serie. Of nee, de Drama-serie; TV-serie klinkt zo ordinair, net als uitmelken.
Daar gaat het natuurlijk niet om.
Het is tenslotte geen soap - al klinkt de aankondiging "over de jonge jaren van Ramses Shaffy" verontrustend. Liever geen "Wij zullen doorgaan". Het had sowieso wat mij betreft allemaal wel in één deel gekund.

Toegegeven: Ramses - de Mens was bijzonder.
In zijn tijd.
Zijn liedjes zijn, anno 2014, wel ietwat ehh..., nou ja, niet meer van deze tijd. En hoe groot is iemand eigenlijk als hij zijn talent niet weet te beheersen maar zijn leven verwoest met drank en drugs? Wat boeit mij een zangeres (Liesbeth List, gespeeld door Noortje Herlaar) die, ergens
tussen bewondering en verliefdheid in, alles overboord zet voor Ramses, haar "raison d'être" ontleent aan haar tijd met Ramses, af en toe nog  mag komen opdraven om te getuigen van de Grootheid van Ramses, het verkondigen van Ramses - het Evangelie. Nederlands Existentialisme: wat De Beauvoir had met Sartre, had Liesbeth met Ramses. Een sneu "Could We Start Again, Please", een "À la recherche du temps perdu".
Het was mooi, maar het is geweest.
En wat geweest is, is geweest.

Tijd voor iets nieuws, wat mij betreft moet het nu maar eens klaar zijn met de Ramses-verering.

Gefopt door Dario Fo

Wie kent de beruchte regisseur Dario Fo niet? De man die in de begintijd van de Stopera De Nederlandse Opera bijna om zeep hielp door een exorbitant honorarium te vragen voor zijn Commedia dell'Arte-achtige regie van Rossini's Il Barbiere di Siviglia?
Dus toen ik via de Uitkrant van Den Haag de volgende aankondiging zag:

Opera Paleisgeheimen.

Bijzonder buitentheater van Dario Fo bij archeologisch erfgoed De Stenen Kamer in bosrijk Madestein. 's Middags is het lachen bij de komische familievoorstelling Het huis met zeven kamers. Veertig Dario Fo-acteurs bezingen ‘s avonds het weelderige hofleven in het buitenverblijf van stadhouder Frederik Hendrik en gemalin Amalia van Solms. Met krachtige madrigalen, vurige aria's en zinderende duetten verbeelden zij in de opera Paleisgeheimen de feesten én intriges achter de duinen

tja wat denk je?

Dario Fo in Nederland! Gelijk reserveren! Kreeg nog een mail terug van Cultuur Vroondaal dat ik als eerste had gereserveerd. Daar ben ik nu iets minder trots op; ik ben erin getuind :-(

Ik zit daar gisterenavond, hoopvol gestemd door de inderdeed prachtige ambiance. De acteurs en actrices staan al opgesteld en zien er fantastisch uit en het mini-orkestje is weliswaar wat weggestopt in een wagen, vanwege de dreigende regen, maar ik ken de pianist en wist: dat zit wel snor. De muziekliefhebber kan niet wachten tot de "krachtige madrigalen, vurige aria's en zinderende duetten" van Sweelinck, Van Eyck, Legrenzi, Gesualdo, Monteverdi en - lokkertje - Constantijn Huygens (u zegt dat hoogstwaarschijnlijk niets, maar het zijn stuk voor stuk topcomponisten) tot klinken komen.

De dirigent geeft de opmaat, de pianist heft zijn handen en AUW, een smerig walsje begint te klinken. Zit ik verkeerd? Ben ik bij een concert van Guus Meeuwis beland? Was het maar waar, Guus kan tenminste nog zingen - al is het niet mijn soort muziek. Het tweede lied, waarschijnlijk een uit de reeks van bovengenoemde componisten, liep ongelooflijk uit de hand; op de dirigent letten dames en heren koorzangers. Ook de solisten waren van een matig niveau, zowel vocaal als muzikaal (om van de uitstraling nog maar te zwijgen), met uitzondering van de sopraan die de rol van de jonge Amalia van Solms mocht zingen - grote klasse. Een prachtige stem en een voordracht waarmee je vergat dat ze van die onbenullige teksten stond te zingen. En dat verbaasde mij nog het meest: was Dario Fo zo aan lager wal geraakt dat hij akkoord ging met deze zwakke teksten, die het niveau van een sinterklaasrijmpje hier en daar naar de kroon staken in voorspelbaarheid en slecht lopende ritmiek? En dan de statische regie! Er werd nauwelijks bewogen, van mimiek was geen sprake en het enige décorstuk dat er was - een reusachtige eettafel - werd helaas vooral gebruikt om op te staan.

Vlak voor de pauze werden we nog even in spanning gehouden met de belofte dat er na de pauze een ballet zou plaatsvinden. Dit was echt lachen: een soort reusachtig spelletje "witte zwanen, zwarte zwanen" werd gespeeld. In mijn fantasie stelde dit een Pavane voor, waarna hopelijk, zoals het hoort, de wat vlottere Gagliarde zou worden gedanst. Helaas, dit werd niet waargemaakt. Het bleef bij dit dansje dat waarschijnlijk zó uit één van de drie bundels "Kinderzang en Kinderspel" van Pollman en Tiggers was gepikt. Wel liep het koor, dat nu ook wat verder bij de dirigent vandaan stond dan tijdens het openingskoor, nog iets meer uit de pas met de muzikale begeleiding, zodat de dirigent het maar ergens afbrak.

Buiten optreden is natuurlijk niet eenvoudig en daarom waren de solisten en belangrijkste koorleden dan ook voorzien van een headsetje. Het bezwaar dat ik voor mijn eigen praktijk altijd tegen dat spul heb is dat je als dirigent je lot in handen legt van de geluidsman. De geluidstechnicus die in de stenen kamer aan de knoppen zat, had helaas absoluut geen kaas gegeten van hoe je een koor afmixt; alles klonk even heterogeen, terwijl er toch - toegegeven - best wel aardige koorstemmen bijzaten. Maar het hield geen enkel verband met elkaar.

Vlak voor het eind kwamen er nog wat komedianten op. Schitterende kostuums en ik dacht nog even: daar komt de commedia dell'arte stijl van Dario Fo boven. Helaas: het bleef bij een spelletje slapstick voor beginners, waarna Elizabeth van Bohemen plotseling begon af te geven op onze rederijkers. Het verband tussen deze twee tegengestelde kunstenaarsgroepen ontging mij in de plotselinge snelheid waarin het drama, dat tot dan toe maar niet op gang wilde komen, zich ineens begon te ontwikkelen. Binnen vijf minuten was het nu klaar: Elizabeth werd weggestuurd, Amalia mocht blijven. Balans, heet zoiets.

Verbijsterd liep ik direct na de voorstelling terug naar de auto, het aangekondigde drankje ná (dat voor 21.40 tot 22.00 uur stond gepland en geen minuut langer) heb ik maar aan mij voorbij laten gaan. Wat was er gebeurd met ooit Nobelprijswinnar (pun intended) Dario Fo?

Onrustig gezocht, maar uit niets bleek dat hij zodanig op zwart zaad zat dat hij dit soort klussen moest aannemen. Toch doorzoeken leverde mij echter op dat Dario Fo óók een in het Westland opererend Theaterkoor is! Hoofdzakelijk amateurs en dat zet het niveau van deze uitvoering natuurlijk in een heel ander daglicht!

De nu 87-jarige regisseur en toneelschrijver Dario Fo gaf in 1999 zijn naam aan een Nederlands theatergezelschap uit het Westland. De theatermakers uit Poeldijk werken sinds die tijd in zijn geest.

Nooit van gehoord! Dat ligt natuurlijk aan mij, maar het had misschien ietsje duidelijker op de aankondiging gemogen; "Theaterkoor Dario Fo" oid, in plaats van alleen de persoonsnaam. Dit was een koude douche, die ik graag had ingeruild voor de pittige regenbui, waar we voor gewaarschuwd waren en waar ik tenminste met plu en regenjas tegen gewapend was.

Syndicate content